Volkstypen uit Bosnië en Herzegowina.
Reading edition

De guzlar.
Aan den kant van den weg zit de oude vioolspeler, de guzlar. De bard met het grijze haar is blind; hij ziet de hem omringende wereld niet, maar des te klaarder schouwt zijn geest in het verleden, in den ouden tijd, toen men anders en vuriger liefhad en toen men ook anders, vrijer en romantischer leefde. Hij laat den strijkstok over de eenige snaar van de viool, zijn guzla, gaan, het eenvoudige, met een dierenhuid bespannen instrument ... en de tonen doen oud en jong toesnellen.

Beg te paard.
Wat zingt de gebaarde zanger? Hij zingt over het oude Bosnië van vóór de occupatie. Hoe was het toen? Het ging er eigenaardig woest toe! Geen stoomros snoof door de dalen; er waren geen wegen, waar een wagen over kon rijden; alleen rijpaden slingerden zich over de bergen en door de dalen. Tot aan de tanden gewapend moesten de kooplieden wezen, want in bosschen en kloven loerden de heiducken, de roovers, die in de bosnische bergen even goed gedijden als de roofvogels in hun ontoegankelijke nesten. Toen waren er avonturen te beleven; de strijd riep helden op, en over hen zingt de guzlar. Hij laat er ook andere melodieën doorheen klinken, liederen over liefde’s lust en leed, over bruidroof en ontvoering, als toenmaals zooveel voorkwamen.
Kleurrijk schildert de bard het alles, de roodwangige meisjes in haar bonte dracht, haar rokken en lijfjes vol kleurige, met goud doorweven versierselen, de overmoedige fez op het hoofd, getooid met zilveren munten en echte gouden dukaten. Hij schildert den trotschen beg, den bosnischen feudalen grondbezitter, die aan honderd kmeten of boeren zijn landerijen heeft verpacht en zorgeloos leeft van de tretina, dat is het derde van den oogst. Op een rijk getuigd paard rijdt hij zelfbewust door het land.

Bosnisch en Herzegowinisch boerinnetje.
De oude zwijgt, en de guzla klinkt klagend, zacht... en als de herfstbladeren in den wind verstrooien zich de hoorders. Troost u, gij blinde zanger! Er is nog wel wat van de oude heerlijkheid in Bosnië over, nog veel, zoowel daar als in de Herzegowina. De beschaving heeft er een luisterrijken intocht gehouden, dat is waar; er rollen spoortreinen door het land; er zijn goede rijwegen bergop en bergaf; in de steden, in Serajewo en Mostar, is wel veel veranderd, en de christelijke vrouwen en meisjes dragen er westersche kleeren en een wirwar van bosnische drachten en parijsche mode van gisteren; maar op het land, daar kan men nog de oude figuren vinden.
En in het geestesleven der menschen is veel ten goede veranderd. De scholen hebben niet vruchteloos gewerkt. Al grooter wordt het aantal flinke, ontwikkelde menschen, mannen en vrouwen, zelfs de Mohammedanen weten de beschaving te waardeeren. De heiducken zijn uit de bosschen en bergen verdwenen. Daar zorgen de serdars voor, de dappere gendarmen in de schitterende nationale dracht. Ja, kooplieden, nijverheidsmenschen en boeren roemen van harte den nieuwen tijd; maar de oude guzlar leeft in gedachten in de romantische dagen van de roofridders.

Serdars uit Herzegowina.