Amerikaansche eekhorentjes naar Europa.
Reading edition
Toen een flink vooruitziend gemeentebestuur in New York groote terreinen afzonderde voor de toekomstige geslachten van New Yorksche burgers en er de bestemming aan gaf van openbare parken in een tijd, dat de stad zich nog niet verder uitbreidde dan tot de vijftigste straat, toen legde de gemeente de hand op een groote uitgestrektheid gronds in het midden van Manhattaneiland, dat aldus onttrokken werd aan de speculatie der grondspeculanten.
In de boschjes, die daar groeiden, huisden allerlei dieren, ook in grooten overvloed het amerikaansche eekhorentje, dat iets grooter is dan het onze en langs den Atlantischen Oceaan aangetroffen wordt zoowel in de Vereenigde Staten als in Canada.
Daar werd het Central Park aangelegd en vanwege de gemeente moest er toen opruiming worden gehouden onder de wilde bewoners. Hazen en konijnen werden onverbiddelijk opgeofferd, maar de eekhoorns hadden zich al in zoo sterke mate de vriendschap der menschen weten te verwerven; zij vonden in de buurt zooveel bewonderaars, die des Zondags in den vorm van noten en andere versnaperingen hun hulde aan de vroolijke boschgasten kwamen bewijzen, dat er een monsterpetitie naar het gemeentebestuur kon worden gezonden, om toch de eekhorens te sparen.
Het verzoek vond een gunstig onthaal, alleen werd het voorbehoud gemaakt, dat de oppassers van het Park het recht zouden hebben, nu en dan als het noodig werd, doordat de knagertjes schadelijk werden voor het jonge hout, onder de dieren een opruiming te houden.
Die overeenkomst heeft de gunstigste resultaten opgeleverd. Zoowel in Brooklynpark als in Central Park zijn nog altijd de eekhoorns een aantrekkelijkheid en een vermaak voor de wandelaars, die de vlugge, sierlijke diertjes van de boomen naar beneden zien klauteren en die tot allerlei vertrouwelijkheden overgaan. Als ge u op een wat afgelegen bank hebt neergezet, komt er al gauw een nieuwsgierig beestje van een boom naar onderen klauteren en kijkt u onderzoekend aan en als ge in passieve houding volhardt, komt het op den grond naar u toe en zoekt toenadering. Verdwijnt uw hand in een uwer zakken, dan vermoedt het, dat die daar op de zoek is naar de een of andere lekkernij en het zal spoedig den sprong bij u op de bank wagen. Het neemt uit uw hand wat lekkers aan en durft, als het bespeurt welkom te wezen, tegen uw kleêren op te klimmen.
In 1906 was echter de toeneming der eekhorentjes zoo sterk geworden, dat de autoriteiten het gewenscht oordeelden, een slachting onder hen te houden; maar toen kwam men van uit Europa te hulp. Er werd door het bestuur van den Zoological Garden in Londen aanvraag gedaan, om toezending der overtollige eekhoorns en per eerstvolgende stoomboot werd er een bezending ingescheept. Zij kwamen in den besten welstand over en na druk en levendig in de Zoo hun spelletjes te hebben gespeeld, mochten ze het terrein hunner werkzaamheid uitbreiden ook tot Regents Park, waar de aardige emigranten al spoedig vrienden wonnen.
Sinds een paar eeuwen levert Engeland zulk een groot aantal nieuwe bewoners aan het westelijk halfrond, dat dit laatste den tijd gekomen schijnt te achten, met gelijke beleefdheid te antwoorden; maar deze emigratie van aardige knaagdiertjes is een luxe-emigratie en weelde drong menschen zelden tot landverhuizing.