← Table of contents
Op den Uitkijk, Jaargang 1909

Plaatselijk verzet op Ceram.

Reading edition

Hoe eigenaardig plaatselijk in ons Indië het verzet tegen het nederlandsch bestuur kan zijn, blijkt duidelijk op Ceram, waar het landschap of liever het kampongcomplex Ahiolo telkens last geeft. Aanleiding is natuurlijk de tegenzin tegen het opbrengen van belasting of het presteeren van heerendiensten. Maar de oorzaak moet ongetwijfeld gelegen zijn in den instinctieven tegenzin bij deze lieden des wouds tegen den voortdringenden invloed van het geregeld gezag.

Maar hoe is het dan dat Ahiolo een uitzondering vormt tusschen de andere deelen van Ceram?

Ceram is een eiland van een zeer geaccidenteerde vorming; wellicht heeft deze omstandigheid, evenals op andere eilanden van gelijksoortigen bouw, bijgedragen tot het ontstaan van tal van complexen van dorpen, met scherp afgebakend gebied, die geheel onafhankelijk van elkaar zijn.

Op Ceram kan er opstand zijn in Ahiolo, zooals men b.v. in Europa opstand zou kunnen hebben in Frankrijk, zonder dat de andere staten er in gemoeid zouden behoeven te zijn.

Zoo scherp wordt door de lieden van Ahiolo het beginsel van het eigen territoir in acht genomen, dat het verzet zich, hoe fel het ook wezen moge, steeds tot binnen de grenzen beperkt. Troepen-afdeelingen kunnen zich zonder gevaar voor een overval tot vlak bij de grens bewegen. Is deze echter eenmaal overschreden, dan heeft men op zijn hoede te zijn. Ter kenschetsing der zeer eigenaardige toestanden, zij aangehaald, dat lieden van Ahiolo er zich b.v. wel toe leenen willen de goederen van colonnes, die zich van de kust naar dat gebied begeven, te helpen dragen. Zij doen het trouw totdat zij aan de grens gekomen zijn. Maar met geen geld of geen geweld zouden zij er toe te krijgen zijn die goederen verder te helpen brengen. Zij zetten de pakken neer en verdwijnen desnoods in het bosch, om, wanneer de colonne verder mocht trekken, aan de andere zijde der grens op haar te gaan schieten.

Uit de maandelijksche verslagen zoowel als uit de regeeringstelegrammen, die ons nu en dan bereiken, valt op te maken hoeveel moeite dat kleine Ahiolo, waarvan de weerbare bevolking slechts uit enkele honderden mannen bestaat, aan het gezag geeft. Met hand en tand weert het zich tegen den vreemden invloed. Veel vooruitgang is er niet te bespeuren. “Of de schuld daarvan ligt aan onvoldoende of slecht geleide militaire actie? Dit zouden wij niet weten te beoordeelen,” zegt de Java-Bode en gaat dan voort:

“Wel achten wij het van groot belang, dat krachtige maatregelen zouden genomen worden om zoo spoedig mogelijk aan dezen treurigen toestand een einde te maken. Daargelaten het betrekkelijk groot verlies aan menschenlevens—althans onzerzijds, de lieden van Ahiolo weten zich goed te dekken en zijn moeilijk te raken!—kan ons gesukkel niet strekken om ons prestige in die streken te verhoogen.

Gelukkig, dat elders in het Oosten van den Archipel gezondere toestanden bestaan, en dat, al moge er nu en dan nog wel eens een op zichzelf staande daad van weerspannigheid tot gewapend optreden op kleine schaal nopen—wat meestal slachtoffers eischt—het er daar steeds rustiger en normaler begint uit te zien.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings