← Table of contents
Op den Uitkijk, Jaargang 1909

In het Ertsgebergte.

Reading edition

Het vroeger vergeten Ertsgebergte heeft tegenwoordig onder de toeristen een groote massa vrienden, die allen worden getroffen door het in het oog springende verschil tusschen den saksischen en den boheemschen kant. De kam van het gebergte, die 135 kilometer lang is, vormt een gelijkmatige scheiding tusschen de geleidelijke helling naar het Noorden en den steilen zuidkant. Juist die eigenaardigheid van de hellingen geeft aan het Ertsgebergte een eigen bekoring.

Oude molen in het Ertsgebergte.
Oude molen in het Ertsgebergte.

Oude molen in het Ertsgebergte.

Het is een genot, met den wandelstok in de hand een der noordelijke dalen omhoog te gaan naar de in blauwe verte wenkende hooge bergtoppen. In het Oosten noodt het om zijn rotspartij belangwekkende Müglitzdal, dan verder het dal der Weiszeritz met het romantische gedeelte van den Rabenauergrund; vervolgens het Flöhadal, dat rijk is aan afwisseling en het Zschopaudal, waar we alles vinden, dat men maar begeeren kan, heerlijke wegen, die nu eens door weiden, dan door bosch voeren; op de hoogten oude kasteelen en in de laagten vlijtige dorpen. Meer naar het Zuidoosten kronkelt het Schwarzwasserdal, waar de wilde Pockau door een woest rotsgebied stroomt, maar in hoofdzaak zijn de wegen aan den noordkant zeer gemakkelijk en langzaam stijgend, zoodat men bijna spelend en zonder inspanning naar de hoogste hoogten van het gebergte stijgen kan.

Geheel anders is dat natuurlijk op de zuidhelling. Hier zijn de dalen kort en diep ingesneden en de paden doen aan Alpenpaden denken. Overal in het Ertsgebergte bestaan goede gelegenheden voor logies, wat wel daarmee samenhangt, dat het Ertsgebergte het dichtst bevolkte bergland van Duitschland is. Tot op de hoogte van de kammen heeft de bloeitijd van den bergbouw, die nu al lang achter ons ligt, bewoners gelokt. Zoo heeft de saksische zijde van het Ertsgebergte in Oberwiesental, op 918 meter gelegen, de hoogste stad van het duitsche rijk, terwijl niet ver daar vandaan aan den voet van den Keilberg Gottesgab ligt, de hoogst gelegen stad van Boheme ter hoogte van 1017 meter. Afzonderlijke vestigingen halen nog grooter hoogten; zoo in Saksen het Neue Haus op 1084 meter en in Oostenrijk de Sonnenwirbelhuizen op 1154 meter.

De winter in het Ertsgebergte is volstrekt niet zoo streng, als men hem vroeger heeft afgeschilderd. Hij lijkt op dien van de Beiersche Hoogvlakte en de oostelijke provinciën van Pruisen. Wie ooit een echten winter in het Ertsgebergte met zijn vroolijke sledevaarten en de flinke bergtochten heeft meegemaakt, die vindt het volkomen begrijpelijk, dat de toeristen niet alleen in den zomer de boschrijke hoogten bestijgen, maar nu ook meer en meer in den winter de schoonheid van de streek zoeken.

Zoo dicht bevolkt, als het Ertsgebergte thans is, zoo arm aan bevolking was het in den tijd van Karel den Groote. Eerst in het laatst van de 12de eeuw begint langzamerhand de roep van den zilverrijkdom zich te verspreiden en de kolonisten stroomen toe. Tot op het eind van de 15de eeuw houdt die zilverkoorts aan, die de Duitschers vooral uit Frankenland eerst trekt naar Freiberg en dan hoogerop naar Ehrenfriedersdorf, Schneeberg, Annaberg en Buchholz. Toen de zilverbergbouw zijn beteekenis verloor, trokken veel menschen uit het Ertsgebergte naar den Harz, om den daar oplevenden bergbouw te beoefenen, en in de buurt van Andreasberg, Clausthal en Altenau komen nog op dit oogenblik interessante taaleilandjes voor, waar het dialect van het Ertsgebergte wordt gesproken.

Kantwerkster uit het Ertsgebergte.
Kantwerkster uit het Ertsgebergte.

Kantwerkster uit het Ertsgebergte.

De omlijsting dezer afbeelding is van kant uit het dorp Eibenstock.

Langer dan zilver bleef men er ijzer, tin en kobalt winnen, en in de 16de en 17de eeuw bloeiden in het Ertsgebergte veel ijzersmelterijen, maar tegenwoordig is het met den bergbouw gedaan, of zoo goed als gedaan; alleen in de omstreken van Freiberg, Schneeberg, Altenberg en Johanngeorgenstadt wordt nog ijzererts gewonnen. Ook een ander bedrijf, de kolenbranderij, is zoo goed als verdwenen. Vroeger was de behoefte aan houtskool in de ijzersmelterijen zeer groot. Door den nood gedrongen, hebben de bewoners zich op andere bedrijven toegelegd en het kantwerken heeft er veel ingang gevonden, zooveel ingang, dat het niet alleen de handen van talrijke vrouwen, maar zelfs de schijnbaar onhandige vingers van werkelooze bergwerkers en smeden bezighield en hun een tijdelijke verdienste bezorgde. Thans gaat de kunst, door den vluchtigen dans der vingers bloemen te slingeren door een fijn weefsel, meer en meer achteruit. De uitbreiding van de industrie legt op alle krachten beslag, en daarom zijn het meest oude menschen, die men in hun kamertjes voor het venster ziet zitten aan het kantkussen of die in den zomer buiten zitten te kantborduren. Het middelpunt van die industrie is de kantwerkschool te Schneeberg. Om de kunst niet te laten uitsterven, ondersteunt de staat tegenwoordig een dertigtal kantwerkscholen, waar over de 1400 kinderen onderricht ontvangen. Wat met het werk wordt verdiend, is intusschen maar een bitter klein beetje.

Een zeer bescheiden bedrijf, maar dat toch veel geld inbracht, was dat van marskramer. Als trekvogels vlogen de bewoners van allerlei bergdorpen naar heinde en ver, om de in den winter vervaardigde waren aan den man te brengen, soms tot in Zweden en Turkije. Maar ook daaraan heeft de opbloeiende industrie een eind gemaakt; er was bij de ontwikkeling van het fabriekswezen plaats voor allen en nog voor velen, die nu van den vreemde naar het Ertsgebergte togen.

Dat men in de dorpen van oudsher veel zin voor schoonheid had, toont de bouwtrant van veel huizen met kunstig uitgevoerd vakwerk, zooals aan den molen van onze afbeelding te zien is. Ook voor muziek en gezang voelen de bewoners veel, en in den laatsten tijd vertoonen ze ongewone talenten, om toeristen te herbergen en hun het leven aangenaam te maken. Wat in die richting meewerkt, is het dichte net van spoorwegen en voortreffelijke wegen, dat het gebergte doorsnijdt, zoodat weinig berglanden zoo goed toegankelijk zijn tot op de hoogste bergen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings