← Table of contents
Op den Uitkijk, Jaargang 1909

Bergtochten in Saksisch Zwitserland.

Reading edition

Er is geen tweede van de Duitsche Middelgebergten, dat zoo geschikt is, om aankomende Alpinisten te maken tot flinke bergbestijgers als Saksisch Zwitserland, de parel van het koninkrijk Saksen, een Alpenwereld in het klein. Te zamen gedrongen op een betrekkelijk kleine ruimte, zijn in dit gebergte met zijn geweldige rotswanden en reuzenpyramiden, zijn romantische kloven, verbrokkelde muren en zijn rotslabyrinthen de gelegenheden voor uitstapjes, die zoowel geschikt zijn voor den weeldetoerist, gebruik makend van allerlei vervoermiddelen, als voor den geharden bergklauteraar.

Jaarlijks vloeit een reusachtige toeristenstroom door het Elbezandsteengebergte. Wie ooit vroeg op een Zondagmorgen in den zomer op het Dresdener spoorwegstation vertoefde en er de duizenden treklustigen en natuurvrienden aantrof, die naar hun geliefd »Zwitserland« willen, die krijgt een flauw vermoeden van het aantal bezoekers. Niet gering is onder hen het getal Berlijners, profiteerend van het feit, dat de hoofdstad maar drie sneltreinuren van Dresden verwijderd is.

Wat een bergtoeristen ziet men er! De gemoedelijke Sakser in linnen schoenen en met de omvangrijke, breede handtasch; de nog altijd niet uitgestorven salontiroler met kniekousen, eleganten rugzak en een glaasje in het oog; dan de leden der Alpenvereeniging en van de Oostenrijksche Toeristenclub in een onvervalscht, praktisch bergkostuum, alles te zamen een stationstooneel, als München in het groot aanbiedt. Slechts een klein deel van die bergtoeristen doen nog iets meer dan de gewone bergtoeren, om door te dringen in het intieme schoon van het Elbelandschap.

Bastei, van de Elbe gezien.
Bastei, van de Elbe gezien.

Bastei, van de Elbe gezien.

Voor klauterpartijen in de Dolomieten kan men zich uitstekend voorbereiden in Saksisch Zwitserland. Men begint dan met het meest bezochte punt van het Elbezandsteengebergte, de Bastei, met haar hemelbestormende rotswanden en vooruitspringende rotsterrassen. Voor klimmers geldt de leus, dat ze de Bastei in rechte lijn moeten nemen en de Schrammsteine moeten bezoeken. Ze gaan dan bij het station Rathen over de snelstroomende en door vlotten en bootjes verlevendigde Elbe naar Ober-Rathen en na een wandeling over den Amselgrund bestijgen ze den Gänsefelsen. De stoutmoedigsten gaan daar naar boven door een zoogenaamden schoorsteen, den Gühnekamin, waarin men met handen en knieën werkend, zich strekkend en draaiend met slakkensnelheid vooruitkomt. Vijf kwartier van zulk klauteren leidt naar het rotsplateau.

Een tweede werkje is over de Basteirotsen rechtstreeks naar de Basteibrug te klimmen, die daar boven de indrukwekkende diepte van klip tot klip overspant. Er is een veel gemakkelijker weg omhoog, maar de bergtoerist verkiest den zwaarsten. Eerst door een sparrenbosch, dan door een wirwar van kloven en spleten gaat het met moeilijke bochten om rotspyramiden heen naar een klein plateau en dan naar den top van een rotszuil in de onmiddellijke nabijheid van de Basteibrug, een flink stuk werk. Van de brug wordt den klimmers dan meestal een touw toegeworpen en met een stoutmoedigen sprong zijn ze op de brug.

Er is verbazend veel verscheidenheid in de toeren en de kijkjes in Saksisch Zwitserland. Hoeveel verschillen het panorama van den Lilienstein en dat van den Winterberg, beide om strijd geroemd! De Lilienstein is een rotsmassief, dat koen en steil uit het nauwe Elbedal omhoog rijst en welks groot plateau men langs een groot aantal trappen beklimt. Daar tegenover is de vesting Königstein, die nu haar strategische waarde heeft verloren door de moderne oorlogstechniek en kalme diensten bewijst als bewaarplaats voor staatsarchieven en andere schatten.

De Elbe bij den Winterberg.
De Elbe bij den Winterberg.

De Elbe bij den Winterberg.

De wildernis der Schrammsteine is het meest geliefde sportterrein der leden van de Alpenvereeniging, die er een zeer veel op de Dolomieten gelijkend arbeidsveld vinden. De Falkenstein geeft de gelegenheid zijn rotspyramide door twee lange, schuine schoorsteenen te beweldigen; een moeilijk werkje, maar dat voldoening geeft, als men het achter den rug heeft en met een paar wonden aan handen en kleêren boven is gekomen. In het gebied der Schrammsteine is het berghuis van den Winterberg bekend als een welkome rustplaats, en de Winterberg zelf is een bazalttop te midden van de zandsteenformatie, tevens de hoogste top van de bergen aan den rechteroever van de Elbe.

Aan den boheemschen kant lokt de Prebischtor alle bezoekers van het gebergte, en geen wonder, want op die plek krijgt men den stoutsten en imposantsten rotsbouw van Duitschland en Oostenrijk te zien. Men ziet de reuzenrotsen van boven een brug vormen, waaronderdoor een statige poort wordt gevormd; daarnaast dalen aan weerszijden diepe kloven naar beneden, terwijl boven de donkere bosschen der omgeving de rotswanden kaal omhoog rijzen. Langs den Gabrielensteig begeven zich de toeristen vervolgens naar den Edmundsklamm, het mooiste bergdal van Boheemsch Zwitserland. Het dal, dat eerst breed is, vernauwt zich meer en meer, en de weg is moeten worden aangelegd met behulp van tunnels en berggalerijen. Er volgt aan het eind een passage, die men enkel per boot kan afleggen over het riviertje de Kamnitz, dat er kunstmatig in een smal en diep meertje is veranderd. De vaart over het donkere bergwater is een der groote bekoorlijkheden van den tocht door de kloof.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings