← Table of contents
Op den Uitkijk, Jaargang 1909

De Nasamonianen.

Reading edition

Sir Clements Markham, de groote engelsche reiziger en ontdekker en aardrijkskundige, wordt den 20sten Juli 1909 79 jaar. Hoe kras en flink hij nog is, blijkt nu weer uit een artikel, dat hij schrijft in het eerste nommer van den eersten jaargang van een nieuw maandblaadje, dat aan “Travel and Exploration” zal gewijd zijn. Laat ons even in herinnering brengen, dat de krasse Engelschman indertijd deelnam aan een der expedities ter opsporing van Franklin, dat hij gereisd heeft in Peru, in Indië en in Abessynië, dat hij een poos secretaris is geweest in het ministerie van koloniën, president van de Hakluyt Society, die even als onze Linschotenvereeniging oude reisbeschrijvingen uitgeeft, secretaris en later president van de Royal Geographical Society, in welke betrekking Leonard Darwin thans zijn opvolger is, en dat hij veel over aardrijkskundige theorieën en over zijn reizen heeft geschreven.

Sir Clements Markham.
Sir Clements Markham.

Sir Clements Markham.

Hij schrijft dan in het genoemde artikel, dat den titel draagt van »The Nasamonians”:

»Er is een vreugde, die zich niet in woorden laat uitdrukken en die alleen gekend wordt door hen, die het eerst den voet hebben gezet op grond, nooit tevoren door een beschaafd mensch betreden. Verhalen van diegenen, die deze vreugd hebben gesmaakt, zullen nooit hun aantrekkelijkheid verliezen. De heldenmoed van reizigers en zeevaarders is een voortdurend vloeiende bron van belangstelling voor oud en jong, en is dat door alle eeuwen geweest. Niet ieder wordt geboren met die neiging tot ontdekken; niet ieder is geroepen tot die zending, want het is een roeping, en nog minder groeien op, om te bemerken, dat het hun mogelijk, is, aan de roepstem gehoor te geven. Maar een groot aantal jonge lieden gevoelen er de neiging toe, die moet worden aangemoedigd en, zoo eenigszins mogelijk, bevredigd.

Het verlangen naar het glorieuse gevoel van den ontdekker heeft in alle tijden bestaan. Wij kennen de historie van enkele zeer vroege onderzoekingsreizigers. Er waren eens vijf jonge mannen van een libyschen stam, de Nasamonianen genoemd, die aan de oevers van de Groote Syrte aan de noordkust van Afrika woonden tusschen Carthago en Cyrene. Ze voelden begeerte, meer van de wereld te leeren kennen en moeten zoowel ondernemend als omzichtig geweest zijn, want anders zouden ze niet geslaagd zijn. Ze besloten de woestijnen ten zuiden van hun land te onderzoeken, een tocht, die verschrikkelijke en voor een deel onbekende gevaren meebracht. Vele dagen reisden ze en weken, en schijnen in het Haussaland en aan de oevers van den Niger te zijn aangekomen. Ze keerden ongedeerd terug. Het was een heldendaad. Handelaars uit hun streek verhaalden het feit aan Etearchus, koning der oase Ammon, die de geschiedenis overbracht aan eenige Grieken van Cyrene. De Grieken stelden er Herodotus mee in kennis, die de ontdekkingsreis aan alle volken van alle tijden deed kennen.

De grootste vreugde van de Nasamonianen was de eerste aanblik van den Niger. Laat ons daarom het edele leger der ontdekkers naar hen noemen!”

Zoo schrijft Sir Clements Markham en daarmee is de naam van zijn opschrift, dien wij hierboven plaatsen, verklaard. Hij gaat dan voort, van latere meer bekende ontdekkers te vertellen, en zegt, als Columbus ter sprake komt, dat hij zijn jonge landgenooten verzoekt, niet te denken, dat er op het oogenblik geen Guanahani-strand meer is te ontdekken of dat het werk der Nasamonianen gedaan zou wezen. Er is nog overal ontdekkingswerk te doen. Er worden nog droomen van groote daden in die richting gedroomd en ze kunnen verwezenlijkt worden ook.

Napoleon sprak van den maarschalksstaf, dien ieder soldaat in zijn ransel had. Markham merkt op, dat ieder adspirant-ontdekkingsreiziger, ieder Nasamoniaan de medaille van de Royal Geographical Society in zijn sextantdoos kan hebben.

Een paar persoonlijke herinneringen geeft de schrijver, eenige voorbeelden van grootsche heldendaden van ontdekkers, en Brönlund wordt daarbij niet vergeten, de dappere Eskimo, die bij Mylius Erichsen was en tot zijn laatste oogenblik den plicht voor oogen hield, om de wereld te doen weten, wat er van de anderen was geworden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings