De menschen van het Nijldal.
Reading edition
Het anthropologisch onderzoek, dat zoo ijverig in Egypte wordt voortgezet, heeft een punt van bespreking uitgemaakt op de jaarvergadering der British Association, waar professor Elliot Smith mededeelde, dat de oudste vondsten van menschelijke overblijfselen in het Nijldal, als men ze vergelijkt met later-vondsten en met de lichamelijke gesteldheid van de tegenwoordige Egyptenaren, uitwijzen, hoe Egypte en Nubië in de oudste tijden door een en hetzelfde ras werden bewoond, en dat dit ras zich in Egypte met geen of slechts zeer geringe veranderingen in de lichaamskenmerken door de geheele tusschenliggende periode van zes duizend jaren tot op den tegenwoordigen tijd heeft gehandhaafd.
Het ras was, als nog tegenwoordig, klein van gestalte; in alle tijden van zijn geschiedenis bedroeg de gemiddelde grootte der mannen niet meer dan 1.60 meter; het haar was donkerbruin of zwart, in den regel gegolfd, maar niet wollig of eenigszins op dat van negers gelijkend. Het hoofd was lang en smal, met een groot achterhoofd. Over het geheel vertoonden ze dezelfde kenmerken als de meerderheid der aan de kusten der Middellandsche Zee wonende volken.
Merkwaardig is het, hoe gering de vermenging met de negers steeds moet zijn geweest, vooral als men bedenkt, dat het egyptische volk van de oudste historische tijden af aan het gebied der negers heeft gegrensd.

De dezer dagen door een aardbeving bijna geheel verwoeste stad Messina op Sicilië.