← Table of contents
Op den Uitkijk, Jaargang 1909

Een droevig sterfgeval.

Reading edition

Diep tragisch is de plotselinge dood van den te Utrecht door gasverstikking om het leven gekomen jongen dokter, J. E. Tehupeiory. Hij was nog maar 26 jaar, en hij heeft reeds zooveel gewerkt, terwijl er nog zoo groote verwachtingen op zijn leven mochten worden gebouwd! Want hij was een baanbreker, een wegbereider voor groepen menschen, voor wie de goede voorbeelden nog weinige zijn en die aanmoediging noodig hebben, om in de wereld de plaats te leeren innemen, die hun toekomt door karaktereigenschappen en geestelijke gaven.

Dr. J. E. Tehupeiory. †
Dr. J. E. Tehupeiory. †

Dr. J. E. Tehupeiory. †

De inlanders in onze Oost leven op uit hun eeuwenlange verdooving en het blijkt meer en meer, dat hun achterlijkheid niet inhaerent is aan hun wezen, maar dat hen een schoone toekomst wacht, als ze de ontwikkeling en het onderwijs krijgen, die al zoo lang aan de blanke rassen zijn gegeven. Van het ontwaken der Javanen getuigt de oprichting van den Bond van Javanen Boedi Oetomo, die wel verdient, dat wij er hier in Nederland belang in gaan stellen en hem steunen, waar het kan. Want langs dien weg van zelfwerkzaamheid voor de inlanders ligt de way-out uit het vele verkeerde, dat al zoo lang reden tot klagen heeft gegeven aan menschen, die ons Indië kennen en de wijze, waarop ons regeeringsbeleid er werkt.

Tehupeiory was geen lid van Boedi Oetomo, want daar kunnen enkel Javanen aan deelnemen, terwijl hij een Ambonees is, zoon van het kloeke volk, dat ons altijd zulke uitstekende, trouwe soldaten heeft geleverd. Zijn zin voor studie kwam al vroeg aan den dag, en de zending heeft al lang genoeg op Ambon gewerkt, om te maken, dat hij in zijn kinderjaren leeren kon. Als jongeling werd hij naar Weltevreden gezonden ter Dokter-djawaschool en was er geregeld Nr. 1 van zijn studieklasse. In schrijven heeft hij altijd veel behagen geschept, en toen hem achtereenvolgens de leiding van een paar maleische couranten werd toevertrouwd, was dat juist een kolfje naar zijn hand.

In 1902 verliet hij als Nr. 1 de inlandsche artsenschool, en zijn twee jaren jongere broer was Nr. 2. Beiden deden in de week vóór Kerstmis j.l. het artsexamen in Amsterdam.

J. E. Tehupeiory had in Indië al gepraktizeerd, eer hij naar Europa kwam, om een nederlandsch diploma te veroveren. In Meester Cornelis had hij een flinke praktijk, ook bij europeesche families, maar toch verliet hij die gaarne voor de vereerende regeeringsopdracht, om in 1903 als medicus deel te nemen aan de expeditie onder controleur Van Walcheren naar de Boven Mahakam op het voetspoor van Dr. Nieuwenhuis. In zijn boek »Onder de Dajaks” vertelt hij van den tocht.

Daarna volgde de tijd van zijn studie in Amsterdam, waar hij met zijn broer en zuster studeerde, de laatste zich voorbereidend voor apothekeres. Bij de studenten waren de beide Amboneezen zeer gezien en in verschillende besturen van vereenigingen onder het corps hadden ze zitting. Het groote publiek hoorde nu en dan van de prestaties van Tehupeiory, die nu gestorven is, o.a. toen hij te Leiden op het laatste Taal- en Letterkundig Congres heeft gesproken over het hem zoozeer ter harte gaande onderwerp, de toekomst der inlanders en de verhouding der blanke westerlingen tot de bruine broeders.

Dan vernamen we, dat hij ook voor het Koloniaal Museum optrad te Haarlem, waar hij een boeiende beschrijving gaf van zijn Borneo-reis. Zuid-Nederland begon ook belang in hem te stellen, en als niet de dood hem nu zoo wreed had weggerukt, zou hij spreekbeurten hebben vervuld in verschillende belgische steden, waar men hem had uitgenoodigd. Met zijn pas behaald artsdiploma zou hij zeker zijn wensch, om als officier van gezondheid in dienst te mogen treden, hebben vervuld gezien. Helaas, dat de sluiting van een hoofdkraan van het gas in een hôtel, waar men zich niet had overtuigd, dat ieder bekend was met de gewoonte, om in den nacht die kraan te sluiten, hem, die het licht blijkbaar had willen laten branden, een vroegtijdigen dood moest brengen!

Bij zijn begrafenis te Utrecht sprak Mr. C. Th. van Deventer een woord van hulde en waardeering voor den gestorvene. Vrienden uit het studentenleven eerden zijn nagedachtenis door een warm woord aan zijn groeve te doen hooren en de heer Mr. Abendanon, oud directeur van onderwijs in Indië, schetste zijn jong en werkzaam leven. Een bloemstuk van het Amsterdamsch studentencorps werd op het graf gelegd. Treffend was nog het woord, gesproken door een Batak, de heer Soeripada, die te Leiden studeert en die erop wees, hoe de zonen van Insulinde, die naar Nederland komen, in hem, in Tehupeiory, hun trots en glorie stelden. De broer van den overledene dankte ook namens zijn moeder voor de belangstelling, en het leed om het verlies werd ook nog aan het graf vertolkt door een broeder van de jonge Hollandsche, mej. Graanboom, die beloofd had, Tehupeiory’s vrouw te worden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings