Nevelzeeën.
Reading edition
In het hooggebergte ontstaat in den herfst soms een geweldige nevelzee, die ver in het rond alle laagten vult, van hoogten gezien, den aanblik geeft van een machtigen oceaan en iemand allerlei verrassingen kan bezorgen. Des avonds laat of vroeg in den morgen worden de meren, dalen en heuvellandschappen door een dicht, donker neveldek overtrokken, waardoor geen zonnestraal kan heen dringen, alsof de weldoende zon zich geheel van de aarde had afgewend. Alles is grijs op grijs, en een leger koude luchtgeesten dringt zoo snel op de arme menschenkinderen toe, dat ze tot in hun binnenste rillen.
“Het is boven helder!” zoo klinkt van boven het blijde bericht, en wie maar kan, snelt naar de veelbelovende toppen. Een bergspoorweg, bij voorbeeld die van den Rigi, den Pilatus of den Stanserhorn brengt ons vlug naar de hoogten, en spoedig dringen we diep door in de grijze nevelmassa’s, die het uitzicht tot een zeer kleinen kring beperken. Het lijkt een oogenblik, of we niet van de plaats komen in een verlaten en geluidlooze natuur, en al sterker wordt ons verlangen naar de begeerde hoogten.
Daar wordt het op eenmaal om ons lichter; wondervol hemelsblauw verschijnt door den grijzen sluier van mist; door de zon beschenen boomtoppen en rotsen duiken op, en plotseling zijn we in een stroom van gouden licht, dat ons zoozeer met welbehagen vervult, dat we zijn als blinden, wien het licht der oogen teruggegeven is. Woud en weide doen zich voor als in de voorjaarszon; wij ademen licht als in de lente, en azuurblauw welft zich de hemelkoepel over de bergen.
En dan het hooge genot op de vrije hoogte! Wij staan op den Rigi. Onafzienbaar wijd breidt zich de nevelzee als een geweldige oceaan uit van den Feldberg en den Jura tot de Alpen. Hier en daar steekt een bergtop er uit op, nu eens als een groen eiland, dan als een steile, kale klip, en aan onze voeten schijnen door den storm gegeeselde golven in schuim uiteen te spatten. Om de Alpen gaan ook de golven hoog, maar zij tronen erboven in grootsche majesteit. Geen wolkje rust er op den muur van gletschers en rotsen; wonderbaar scherp komen de spitsen en toppen en kammen in al hun omtrekken voor den dag, en duidelijk is iedere bergplooi, iedere rotsspleet met het bloote oog te onderscheiden.
Intusschen scheurt hier of daar het neveldek, dan aanschouwt het oog in verrukking als in een tooverrijk den bodem der zee, of geleidelijk lost de nevel zich op onder den invloed der warme zonnestralen, en een onvergetelijke aanblik van het heele panorama kan worden verkregen.

Nevelzee van den Rigi gezien.