Een Engelsche van de Kaap naar Kaïro.
Reading edition
Alleen, dat wil zeggen onvergezeld door blanken, is miss Charlotte Mansfield dit jaar in snelle dagreizen door Afrika van Zuid naar Noord gereisd. Ze vertrok 9 Januari 1909 uit Londen en kwam er 14 Augustus terug. In de Daily Chronicle heeft een verslaggever verteld van het interview, dat hij met haar had. Charlotte Mansfield had voor haar veiligheid een geweer en een revolver bij zich om zich te verdedigen in geval van nood en om te jagen voor haar maal. Maar de inboorlingen—zij is geweest in oorden, waar geen blanke voor haar een voet had gezet—deden haar nergens kwaad.
Juffrouw Mansfield is vol bewondering voor de inboorlingen, nl. voorzoover zij niet door teveel beschaving besmet waren. “Wat me het meest aanstond”, zei ze, “was dat, schoon ik geheel alleen was bij al die mannen—groote, sterke, gezonde, gelukkige wilden, die lezen noch schrijven konden en niets van misdaad afwisten—zij mij met verwonderlijke ridderlijkheid behandelden. Ik vind het heel jammer, dat men hun godsdienst en zeden wil veranderen; men moest ze met rust laten, en niet raken aan hun oude gebruiken.”
Met het Christelijk zendingswerk had juffr. Mansfield dan ook weinig op. “Het is mooi en wel”, zei ze, “die inboorlingen te leeren, dat zij zindelijk en vlijtig moeten wezen, maar velen hunner worden, zoo gauw ze het Christendom hebben aangenomen, huichelaars. Zij vereenzelvigen het Christendom met dophoeden en europeesche kleeren. Het is voor hen geheel een kwestie van kleeding. Ik behoor tot geen bepaalde kerk, maar ik moet zeggen, dat de Katholieken de inboorlingen op hun plaats houden en dat zij daarom geëerbiedigd worden. Het kwaad is, dat zooveel zendelingen de jongens bederven. Het is bespottelijk den inboorling te behandelen als een “zwarten broeder”. Zij verliezen alle achting voor u. De goede manier om ze te behandelen is billijk en rechtvaardig, maar tevens streng voor ze te wezen.”
Juffr. Mansfield is verrukt over Rhodesië. Daar zou ze willen boeren. Wat ze er nu van den oogst heeft gezien leidt er haar toe, te zeggen, dat Canada nog eens in Rhodesië een zwaren mededinger zal krijgen. Het is een prachtig land voor landverhuizing, volgens haar. Zij weet van iemand, die in Canada niet slagen kon, en het in Rhodesië heeft beproefd. Zeven jaar geleden begon hij er met £ 50 en huurde 100 stuks vee van de regeering. Nu heeft hij 750 runderen en alles wat een boer kan wenschen.
De reis van juffr. Mansfield duurde 218 dagen, waarin zij 27,000 K. M. aflegde. Gedeeltelijk reisde zij per boot en spoor, gedeeltelijk ging zij te voet en voor een ander deel droegen haar inboorlingen in een soort hangmat. Waar zij in het binnenland kwam, wist men al van »de witte donna« die alleen door de woeste wereld trok. Den 9en Januari vertrok zij uit Londen, den 8en Februari uit Kaapstad, den 26en Juli kwam zij te Kaïro aan en Zaterdag 14 Aug. was zij weer te Londen.
Juffr. Mansfield gaat een boek over haar reis schrijven en er lezingen over houden. Zij zal ook werken voor landverhuizing naar Rhodesië.