Bij ’t plaatje van den Poolwedloop.
Reading edition
Daar staan ze de poolhelden met de vlaggen van hun naties!
Cook en Peary houden er op 90 graden N.B. de sterren- en strepenvlag van de republiek Noord-Amerika. De een zegt in April 1908 en de ander in April 1909 aan de Noordpool te zijn geweest en beiden zullen voor een twijfelzuchtige wereld nog met de bewijzen moeten komen, die de wetenschap zal hebben te sanctionneeren.
Achter hen beiden staat weer een figuurtje, dat commandant Peary voorstelt, immers was hij de houder van het Poolrecord in 1906, toen hij tot 87 graden 6 minuten N.B. was doorgedrongen.
Dan verder achterwaarts ziet men een italiaansche vlag in Cagni’s handen, den metgezel van den luitenant der Abruzzen, die op zijn pooltocht van 1900 niet zelf de hoogste breedte bereikte, maar door ziekte gedwongen achter moest blijven, toen de moedige Cagni den stouten tocht noordwaarts volbracht ten noorden van Groenland, en 86.31 bereikte.

De wedloop naar de Pool.
Nog geen halven graad van hem verwijderd omvat Frithiof Nansen, de beroemde Noor, zijn vlag als houder van het poolrecord gedurende de vijf jaren van 1895 tot 1900. Hij was, ten noorden van Azië beginnend, na een zwaren tocht door nacht en ijs tot 86.13 gevorderd.
Teruggaande in den tijd en den afstand van de Pool, volgt dan in 1882 de amerikaansche officier J. B. Lockwood, die aan de Greely-expeditie deelnam, en de sterren en strepen kon planten op 83.24 graden.
Achter hem staat eindelijk ook de engelsche Union Jack in de hand van commandant A. H. Markham, deelnemer aan de expeditie van Nares naar de Smithsont. Hij bracht het tot 83.20.
Toen de engelsche regeering in 1875 aan commandant Nares dien tocht naar het hooge Noorden opdroeg, is dat het sein geweest voor de herleving van de ambitie voor het bereiken van hooge breedten en voor het IJszee-onderzoek in het algemeen, een ambitie, waarin ook wij hebben gedeeld met onze Willem Barents, die zeven tochten naar het Noorden in achtereenvolgende jaren heeft volbracht van 1878 tot 1884.
Maar vóór 1875 sliep de belangstelling al vele tientallen van jaren. Op het kaartje is na Markham Parry de voorste met 82.47, in 1827 bereikt. Hij houdt weer de engelsche vlag, zooals het heele groepje in zijn buurt. Hij ging den weg zoeken langs Spitsbergen, de route, die men eeuwen lang voor de beste naar de pool hield.
Vóór hem had o.a. de Engelschman Scoresby dien gevolgd en was er in het jaar 1806 al tot 81 graden en 30 minuten doorgedrongen.
Dat was weer na een periode van rust in het arctische onderzoek, want teruggaande komen we eerst in 1773 bij den grooten Noordpooltocht van kapitein Phipps, den lateren lord Mulgrave, op wiens schip Nelson als vijftienjarig koksmaat diende. Hij bracht het langs Spitsbergens westkust tot 80.48, waar hij op het plaatje staat met de engelsche vlag.
Als laatste zien we er Henry Hudson, laatste, maar dan toch altijd over den 80sten parallel, de lijn, waarbinnen de groep van koene ontdekkers is geplaatst. De reis, die de door de feesten in New-York weer in zooveel wijder kring bekend geworden Hudson in 1607 deed, had Japan en China ten doel en wou en passant de Noordpool aandoen. Het zware ijs hield den stoutmoedigen Engelschman tegen en in de Spitsbergenzee, niet ver van Groenlands oostkust, was het verste punt, waar Hudson de engelsche vlag kon planten, 80 graden en 25 minuten. Op den terugweg heeft hij de westkust van Spitsbergen aangedaan en er goede beschrijvingen van gegeven, terwijl zijn berichten over robben en walvisschen de later zoo belangrijke walvischvangst in het leven hebben geroepen.