← Table of contents
Op den Uitkijk, Jaargang 1909

De Hohnsteinrotsen.

Reading edition

Van de watervallen der algemeen bekende en door niemand, die den Harz bezoekt, verwaarloosde Steinerne Renne buigt zich een mooi boschpad af, dat door een hoog opgaand sparrenwoud, waar granietklippen en tallooze steenen in verspreid zijn, voert naar een groep rotsen, de Hohnsteinrotsen. Dat zijn zonderlinge rotsvormingen, die hier in het woud verscholen zijn. Men ziet er vooruitspringende klippen en afgebrokkelde rotsen, woest dooreen gestapeld of als door een reuzenhand kunstig opgetorend tot rotskasteelen.

De geweldigste rotsburcht is de 584 Meter hooge Ottofels, die in het jaar 1893 toegankelijk is gemaakt door steile, ijzeren ladders en onvoorwaardelijk de aandacht verdient, die er aan wordt geschonken. Het uitzicht boven behoort al tot de mooiste onder de vele mooie, door den Harz geboden. Terwijl reeds het benedenste plateau van de rots een heerlijk panorama ontvouwt, heeft men van de hoogste spits een overweldigend, zeer uitgestrekt uitzicht.

In het Westen verheffen zich in de onmiddellijke nabijheid uit een donker sparrenbosch de woeste Hohneklippen; verder noordelijk de Renneckenberg en de dreigende Zeterklippen; daarboven wenkt de Brockentop. Naar het Noorden verrijzen de witte gesteenten van de Weissen Steine en de Wolfsklippen; in het Oosten aanschouwt men over donkere wouden aan den voet der bergen de stad Wernigerode en de voorsteden. Helder schittert daarboven het statige Stolberger vorstelijk slot met zijn torens en tinnen. Het trotsche gebouw komt heerlijk uit tegen het groen van het loofhout der omringende bergen. Over het slot heen verliest zich de blik in de wijde vlakte, waaruit tallooze dorpjes en steden met roode daken en kerktorens oplichten. Halberstadt vooral springt duidelijk in het oog.

De Ottofels in den Harz.
De Ottofels in den Harz.

De Ottofels in den Harz.

Bij een gelukkigen samenloop van omstandigheden, dat is van lucht en licht en bewolking, kan men van hier den dom van Maagdeburg als klein puntje in de blauwe verte onderscheiden. In het Zuidoosten en Zuiden wordt het panorama afgesloten door de donkerblauwe bergen van den Beneden- en den Zuidharz, en men kan als schitterende punten het hotel waarnemen van den Hexentanzplatz en den toren van de Rosstrappe; dan de witgrijze kalkbergen van Rübeland en Elbingerode, de dorpen Hüttenrode en Friedrichsbrunn en als hoogste punt den Auerberg met de Josephshöhe bij Stolberg.

Het kleine boschpad voert verder naar het boschhuisje, het Karlshaus, van waar men nog een verrassend kijkje krijgt op het slot Wernigerode. Wie naar Wernigerode wil terugkeeren, kiest het schaduwrijke Thumkuhlendal als weg en heeft dan nog gelegenheid, het Lossengedenkteeken te kunnen bekijken, waarin alle in den Harz voorkomende gesteenten te vinden zijn.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings