← Table of contents
Op den Uitkijk, Jaargang 1909

Prakbosch.

Reading edition

Naar aanleiding van een ons gedane vraag naar de beteekenis van het woord prakbosch kunnen wij mededeelen, dat men in Santpoort en omstreken onder dat woord verstaat de stukken boschgrond, waarvan de boomen zijn gekapt en waar de wortelstompen nog in den grond zijn achtergebleven. Prakken nu is het ondiep omspitten van zulken grond, meestal ten behoeve van den verbouw van aardappelen.

Wanneer een stuk boschgrond, met eiken beplant, bijvoorbeeld een twintig jaar heeft gestaan, dan komen de hakkers en vellen het hout. In het eerstvolgende voorjaar na den haktijd wordt de bodem, zooveel de diepgewortelde eikenstronken het maar toelaten, bewerkt en voor bebouwing geschikt gemaakt. Eén steek diep wordt de grond opgewerkt. En in den losgemaakten grond, welke twintig jaren lang de bladeren ontvangen heeft en alzoo teelaarde bezit, vinden de aardappelen eene uitnemende plaats om te ontwikkelen en vruchten te geven.

In verband met dit prakbosch kan nog de volgende bijzonderheid vermeld worden. Bij enkele landeigenaars bestaat namelijk de vriendelijke gewoonte, stellig afkomstig uit den ouden tijd, om een stukje prakbosch aan behoeftige lieden voor aardappelteelt kosteloos af te staan. Vroeg in het voorjaar, soms al in den winter, komen dezen zich bij den boschwachter aanmelden om zulk een hoekje grond. Zoodra de houtvelling voorbij is en de weersgesteldheid het gedoogt, worden de arbeiders, die aangenomen zijn—en bijna niemand wordt teruggewezen—toegelaten tot den bouw. Zij prakken en poten, om later te oogsten.

Half Augustus begint men met het rooien van de aardappelen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings