← Table of contents
Op den Uitkijk, Jaargang 1909

Invoering van bijen op het eiland Saipan.

Reading edition

De groep der Marianen, die in de Stille Zuidzee ten oosten van de Philippijnen ligt, is een duitsche kolonie. In de Deutsche Kolonialzeitung van 8 Mei vertelt Dr. Dwucet, die er verblijf houdt, hoe hij er in geslaagd is, bijen in te voeren op Saipan, het belangrijkste eiland van de groep.

Het tropische klimaat van den archipel, zoo vertelt hij, brengt veel mildbloeiende gewassen voort. Maar desniettegenstaande zijn er op de eilanden nooit bijen geweest, zooals de inboorlingen mij hebben verzekerd, die onze nuttige honiggaarsters zelfs niet bij naam kenden. In het jaar 1905 kwam ik voor onderwijsbelangen naar Saipan, en eenigen tijd na mijn komst, toen ik het eiland eenigermate had leeren kennen en mij met de verschillende bloeiende planten bekend had gemaakt, kreeg ik de overtuiging, dat de bij op het eiland zeker zeer goed zou gedijen. Ik besloot, er eens een proef mee te nemen.

De overheid gaf mij in dezen volle vrijheid, en van een bevriend scheepskapitein had ik vernomen, dat op de ten noorden van ons gelegen japansche Bonin-eilanden zeer druk met bijen werd gewerkt. Ik verzocht den kapitein, op zijn volgende reis van Japan uit de eilanden aan te doen en voor ons eenige volken mee te brengen. Den 31sten December bracht hij ons op zijn “Paula” vier volken mee in japansche kasten. De japansche gouverneur der Bonin-eilanden had de bijen aan ons bestuur ten geschenke gegeven.

Nadat de kasten op de ervoor in gereedheid gebrachte plaats waren neergezet, onderzocht ik ze en vond, dat in iedere kast meer dan de helft der bijen dood was; de lange zeereis van 16 dagen op een zeilschip, opgesloten in de tropische hitte, heeft veel kwaad gedaan. Tot mijn groote vreugde vond ik echter de koninginnen in goeden toestand. De kasten werden dadelijk schoongemaakt en in orde gebracht. Korten tijd achtereen voederde ik, ofschoon er juist veel bloeide, om broedaanzet te krijgen, en ik zag er goede resultaten van. Den 2den Maart, dus na twee maanden, kwam al een eerste sterke zwerm naar buiten, den 5den Maart een tweede, die even groot was als de eerste; toen volgden nog verscheiden met vrij groote regelmatigheid het heele jaar door; alleen in Augustus, September, October en November was de zwermlust gering.

Daar het er mij vooreerst maar om te doen was, de vermeerdering der volken zooveel mogelijk te bevorderen en minder op de opbrengst aan honig te werken, heb ik het zwermen zijn gang laten gaan. Op die manier heb ik in het eerste jaar 48 zwermen gekregen, waarvan echter eenige naar de wildernis zijn ontkomen. In Augustus en September zijn zes volken te gronde gegaan, zonder dat ik de oorzaak heb kunnen nagaan.

De bijenstand bestond aan het eind van het eerste jaar, in Januari 1908, uit 37 volken in bijenkasten, ongeveer drie centenaars honig en bijna 24 pond zuivere was.

Om bij de inboorlingen de belangstelling voor de bijenteelt te wekken, heb ik de grootere schooljongens voor allerlei werk te hulp geroepen en ik gaf hun op die manier practisch les in het bijenkweeken. In den laatsten tijd hebben ze reeds al het werk in de imkerij zelfstandig kunnen doen. Als prijzen voor knap werk met mooie resultaten gaf ik aan de jongens telkens een zwerm cadeau. Enkele inboorlingen hebben zich bijenkasten met bijen gekocht van onze regeering, die een volk met kast voor zeven en een halven mark verkocht. De prijs is zoo laag gesteld, om de zaak onder de inboorlingen ingang te doen vinden.

De bij is op Saipan vlijtig en steekt zoo goed als niet. Deze ingevoerde schijnt een product van de kruising der italiaansche met de koreaansche bij. Ook bij het grondigste werk in de kast heb ik nooit een sluier of handschoenen gebruikt, en ook de schooljongens deden het er zonder. De bijen zijn zeer zwermlustig en, wat ik vaak heb waargenomen, ook bij zeer regenachtig weer gaan ze uit, om honig en stuifmeel te halen. Als vijanden der bij doen zich op Saipan voor de hagedissen, de mieren en een soort van kevers, die hier kakkerlakken worden genoemd.

De tijd der hoofddracht begint op Saipan al in December en duurt bijna tot einde Mei. Al dien tijd doen de bijen zoo hard mogelijk haar werk. Als ik toen veel kunstraat te mijner beschikking had gehad, zou de honigvoorraad nog driemaal zoo groot zijn geweest.

Bijna alles wat op het eiland bloeit, wordt door de bijen bezocht, de bananen, de kokospalmen, de gomboomen en duizend andere bloeiende gewassen.

Om ook op het eiland Rota in onze buurt met bijen een proef te doen, zond ik in April 1908 aan den daar gevestigden zendeling, pater Corbinian, die zich voor de bijenteelt zeer interesseerde, twee van mijn eigen kasten met bijen. Gedurende zijn slechts kort verblijf op Saipan heeft hij aan alle werkzaamheden deelgenomen en zich het meest wetenswaardige over de bijenhuishouding eigen gemaakt. Na een mij reeds bekend geworden bericht van Rota is het ook daar met de bijen uitstekend gegaan en de honigoogst is overvloedig.

Even goed als Saipan zal ook het eilandje Tinian wel geschikt zijn voor het bedrijf. Ik was juist voornemens daar een proef te wagen, toen mijn vertrek de uitvoering van het plan verhinderde.

De Saipanhonig is van zeer goede hoedanigheid; aroma en smaak verraden terstond de tropische herkomst, die het product zachter maakt van smaak en geur. Het pond honig is op Saipan voor één mark verkocht. Dadelijk in het eerste jaar bracht de imkerij 115 mark voor honig en bijen op. Dat resultaat bewijst duidelijk, dat een intensieve bijenteelt op Saipan mogelijk is; maar de omstandigheid, die de zaak bezwaarlijk maakt, is de naar alle richtingen te groote afstand van een afzetgebied voor honig en was.

En ten slotte vertelt de heer Dwucet, dat hij van huis uit geen bijenkweeker is, dat hij al wat hij van de bijen en het bedrijf weet, uit goede bijenboeken heeft geleerd en dat hij een paar malen een practische imker bij zijn werk heeft bezig gezien. Maar de liefde tot de zaak was groot bij hem en daardoor is het hem gelukt, de bijen in te burgeren op de Marianen en de inboorlingen op te wekken tot belangstelling in de bijenteelt.

In ons Indië houdt men, meenen wij, wel hier en daar bijen; maar zonder twijfel zijn er honderden ambtenaren, die op hun standplaatsen het voorbeeld van den Duitscher zouden kunnen navolgen, en ook particulieren zouden, als ze in de zaak belangstelden, een nuttig werk kunnen doen door invoering van de nijvere bijtjes in hun omgeving.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings