Hoogterecords in den Himalaya.
Reading edition
Met de bergen is het gesteld als met de Noordpool. De strijd om de grootste hoogte op een berg te hebben bereikt, gelijkt den strijd om de grootste poolshoogte, en veel moed en geestkracht moet er worden aan den dag gelegd, veel ontberingen en gevaren moeten worden verduurd, wil men bij beide iets bereiken.
Half September is de hertog der Abruzzen uit den Noordwestelijken Himalaya naar Italië teruggekeerd. Hij heeft op den Tsjogolisa of Bride Peak de grootste hoogte bereikt, tot waar een mensch nog is doorgedrongen, namelijk die van 7500 meter. De hoogste top der aarde, de Gaurisanker of Mount Everest is nog onbedwongen.
Al vroeg heeft men in den Himalaya aanzienlijke hoogten bereikt. Zoo bestegen in 1855 Adolf en Robert Schlagintweit den Ibi Gamin, een top op de indisch-thibetaansche grens, op den 31sten graad N. B. tot een hoogte van 6788 meter. Tien jaren later moet een topograaf van de indische landmeting, W. H. Johnson, op den als E. 61 op indische kaarten aangeduiden top in Kwenlun een hoogte van niet minder dan 7285 meter hebben bereikt. Wel wordt dat in twijfel getrokken evenals er wordt afgedongen op de hoogten van W. N. Graham in den Himalaya.
Graham begon in 1883 met zijn bergbestijgingen. Nadat hij in Gharwal tweemaal tot boven 6850 meter was gekomen, ondernam hij zijn beroemden aanval op den 7325 meter hoogen Kabroe, den westelijken buur van den Kantsjinsjanga. Naar hij zegt, is hij op den top geweest, maar daaraan is getwijfeld, omdat hij niets over de bergziekte schrijft. De meeningen over dit record, dat nu pas door den hertog der Abruzzen is verbeterd, wijken nog van elkander af; maar de jongste ervaringen schijnen vóór Graham te pleiten.
In het jaar 1892 ondernam Sir Martin Conway een expeditie in het rijk der groote gletschers van den Karakoroem en sleet twaalf weken te midden van sneeuw en ijs. Hij besteeg o.a. den 7015 meter hoogen Pionierpiek.
Het jaar 1895 zag de beide alpinisten A. F. Mummery en professor J. N. Collie in Kaschmir den Nanga Parbat bestijgen. Munnery kwam slechts tot 6100 meter. In 1898 begon het echtpaar Bullock Workman uit Worcester in Massachusetts hoogtoeren in den Himalaya, die ze voortzetten in 1899, 1902, 1903, 1906 en 1908, waarbij mevrouw Workman o.a. den 7100 meter hoogen Pinnaclepiek in de Nunkunketen in Kaschmir besteeg. Verscheiden zeer hooge passen zijn nog door hen bedwongen, en hun studie van de hooge gletschers voerde hen op groote hoogten.
Het jaar 1907 bracht de bestijging van den 7135 meter hoogen Trisoelpiek door Dr. T. G. Longstaff en die van den 7325 meter hoogen Kabroe in Sikkim door de beide Noren C. W. Rubenson en Monrad-Aas. Hun hoogste kamp lag ter hoogte van 6890 meter, het hoogste punt, waar menschen ooit overnachtten. Ook in dit opzicht heeft dus nu de hertog der Abruzzen het record verbeterd met zijn kamp op 7100 meter op den Bride Peak.