Van de Rotterdamsche Lloyd en haar nieuwste stoomschip.
Reading edition
De »Tabanan«, het nieuwste stoomschip van de Rotterdamsche Lloyd, viert den 19den Maart 1909 haar eersten verjaardag, want op dien datum van 1908 had Z. K. H. Hendrik, Prins der Nederlanden, het genoegen, dat mailschip te water te laten op de werven van de Koninklijke Maatschappij »De Schelde«.
Op den 12den September aanvaardde het van Rotterdam uit zijn eerste reis naar Batavia, ving op 12 November de terugreis in de haven van Tandjong Priok aan en is nu gereed, om den 2den Januari 1909 opnieuw de reis naar het Oosten te ondernemen. Van het schip in aanbouw, van den aanblik vóór het te water laten, van dat beslissende oogenblik zelf en van de doopplechtigheid kan men mooie foto’s vinden in het werkje, dat de Maatschappij heeft uitgegeven ter zake van haar 25-jarig bestaan, dat ze in Juni van dit jaar mocht vieren.
Het mailschip overtreft alweer zijn voorgangers in doelmatigheid en geriefelijkheid en tevens in grootte. Het is lang 414 voet, breed 49 voet en diep of hol, zooals de opgaaf luidt, 30 voet. De machines kunnen 4300 P.K. ontwikkelen en geven het schip een snelheid van 14 mijlen in het uur. Er zijn vier ketels met 18 vuren. De eerste klasse bevindt zich midscheeps en bestaat uit zeer ruime, één- en twee persoonshutten met te zamen 80 bedden, terwijl op het promenadedek, ter lengte van 60 meter, zich nog zes hutten bevinden.

De Tabanan. Het nieuwe stoomschip der Rotterdamsche Lloyd.
De eetsalon is op het brugdek, de rook- en muzieksalon zijn op het promenadedek. De muzieksalon, in rotondevorm gebouwd met balustrade, maakt het mogelijk, dat men van daar den geheelen eetsalon overziet. Door dezelfde lantaarn ontvangen beide zalen licht en lucht.

Een der salons van de “Tabanan”.
De tweede klasse in de campagne biedt ruimte voor 50 couchettes, verdeeld over ruime één-, twee- en driepersoonshutten, en heeft buitendien nog eenige tweepersoonshutten op het promenadedek, waar zich ook de rooksalon bevindt.
De vloot van de Rotterdamsche Lloyd bestaat thans uit negen mailbooten en negen vrachtbooten, alle mailbooten werden gebouwd door de maatschappij »De Schelde«, te Vlissingen, en de nieuwste vrachtbooten door de firma Bonn en Mees, te Rotterdam, nadat eerst de vrachtbooten in Engeland en Duitschland vervaardigd werden. De grootste uitbreiding en vernieuwing der vloot dateert pas van 1900, toen men met de »Sindoro« schepen begon te bouwen van veel grooter afmetingen, waarin de geheele eerste klasse midscheeps werd geplaatst, terwijl de tweede door verplaatsing van het voor- naar het achterschip in geriefelijkheid erop vooruitging. Zes nieuwe mailbooten zijn er sinds 1900 bij gekomen.
Er is in de afgeloopen kwarteeuw al vrijwat veranderd en verbeterd in ons verkeer met de koloniën. Vooral door de loyale samenwerking van onze beide groote maatschappijen, de Rotterdamsche Lloyd en de Maatschappij Nederland, gevestigd te Amsterdam, hebben we nu dat practische en geschikte wekelijksche vertrek van een mailboot naar de Oost. De overeenkomst tusschen de beide instellingen kwam tot stand in 1885, en daarop volgde in 1892 het mailcontract met de regeering, waardoor de wekelijksche dienst vastgelegd werd.
Bij de oprichting der maatschappij, die pas haar zilveren feest vierde, was ze al in het bezit van zeven schepen voor de Javavaart, waaronder verscheiden engelsche booten. De firma Willem Ruys en Zonen, aan wie de directie werd opgedragen, dirigeerde al van 1877 af de Stoomvaartmaatschappij Rotterdam, die in de nieuwe vennootschap werd omgezet, en te voren was de naam Ruys verbonden geweest met onze vaart op Indië, ook reeds met de zeilvaart, want reeds in 1844 had de heer Wm. Ruys I. D. Zn. zeventien schepen onder zijn beheer. Het eerste stoomschip der firma, de Ariadne, deed haar eerste indische reis in dienst der regeering, aan wie het verhuurd was, om deel te nemen aan de Atjeh-expeditie in 1873.
In die dagen was de Waterweg nog lang niet, wat hij nu is, maar hij kan nog altijd worden verbeterd, en van elke verbetering profiteert de maatschappij, die omdat ze het geregelde verkeer met ons Indië voor de helft vertegenwoordigt, een levensbelang van Nederland dient, zoodat het niet anders dan loffelijk kan heeten, haar den weg te effenen.