Mei 1909 en andere mooie maanden.
Reading edition
De heerlijke maand Mei, die wij dit jaar gehad hebben, heeft een mooi record gemaakt; zij toch heeft, naar uit Engeland wordt bericht, het grootste aantal uren zonneschijn gegeven, die in de laatste vijftien jaar officiëel zijn opgeteekend, en wel 262 uren tot en met den 28sten.
Tot nu toe was de beste maand Juli 1900 met 261.1 uur, dan volgen Juni 1908 met 245.7, Augustus 1904 met 230.3, April 1909 met 219.7 en September 1895 met 193.9 uur.
In een dagboek, dat niet in het bijzonder om het weêr wordt gehouden, maar waarin er nu en dan opmerkingen over worden gemaakt, lazen we eens na, of de bedoelde maanden ook tot bijzondere opmerkingen hadden aanleiding gegeven, en of zij dus ook in ons land als zeer rijk aan zonneschijn waren geboekt. Er is natuurlijk veel kans, dat het weêr in Engeland en hier in hoofdtrekken overeenkomt, maar we ervaren toch telkens, dat er groote verschillen kunnen bestaan ook.
Nu lezen wij juist voor Juli 1900: “Leelijk weêr geweest, veel regen en geen zon van 19 Juni tot 11 Juli.” Maar tegen het eind van de maand: »’t Is prachtig weêr steeds, maar heel warm! Soms 88 Fahrenheit in de schaduw nog tusschen 5 en 6 uur.” Dus schijnt hier het aanhoudend zonnige weêr eerst den 11den in die gezegende Julimaand begonnen te zijn en dat het toen zonder afwisseling gebleven is, blijkt uit wat er staat bij 29 Juli: »Iets koeler; het onweert op ’t oogenblik en ’t is zoo donker, dat ik deze regels niet kan onderscheiden. Sinds 11 Juli nu steeds echt zomerweêr gehad.« Met dat bewuste onweêr, toen o.a. in Lochem een man, die voor het raam zat in een arbeidershuisje door den bliksem gedood werd midden in de stad, schijnt toen het mooie weêr afscheid te hebben genomen, want op 2 Augustus lezen we: »Sinds Zondag 29 Juli is het weêr veranderd; ’t is winderig en niet warm en veel regen«, en nog weer den 16den Augustus: »Het is altijd leelijk weêr geweest met regen, onweêr en kou tot 13 Augustus.«
Over Juni 1908 heet het, dat het in de laatste dagen van Mei en de eerste van Juni tot 4 Juni prachtig zomerweêr is geweest, heel warm en heerlijk en dan verder nog: »Op den langsten dag was het wondermooi weêr.«
Augustus 1904, ook al onder de in Engeland door zon bevoordeelde maanden, schijnt hier ook bijzonder mooi te zijn geweest, ten minste er staat bij het begin van September: »De zomer was blijkbaar te heerlijk en te mooi om aan schrijven (in het dagboek) toe te komen. Het was altijd prachtig weêr.«
De jongst verloopen April kon ook in ons land, wat de mooie dagen betreft, schitterend meedoen, en ten slotte September 1895, nu al weer veertien jaar geleden, daaromtrent komen in het dagboek herhaaldelijk uitroepen van bewondering voor. Zoo den 5den: »Steeds maar onvergelijkelijk mooie Septemberdagen, altijd buiten thee drinken!«, den 9den: »Het is steeds mooi weêr gebleven«, den 19den: »Altijd sierlijk mooi weêr!«, den 22sten: »Goddelijk mooie herfstdag, verbazend hooge barometerstand,« den 23sten: »Zoo mogelijk noch prachtiger weêr dan gisteren«, den 24sten: »Nog zoo onvergelijkelijk mooi weêr,« den 27sten: »Nog dat wonderschoone weêr en die hooge barometerstand,« en als om die heerlijke maand September 1895 alle eer alleen te laten houden begint het al op 1 October: »Voor het eerst na al die weken een bedekte lucht en de barometer terug tot 755«.
Men mag hier dus wel uit besluiten, dat in hoofdzaak engelsch weêr ook hollandsch weêr is.
