De handel van Abessynië.
Reading edition
Over den handel in Addis Abeba, de hoofdstad van Abessynië, heeft baron Friedrich Kulmer mededeelingen gedaan aan het oostenrijksche Handelsmuseum, dat ze gepubliceerd heeft in het orgaan »Oesterreichische Monatsschrift für den Orient« van Augustus 1908.
Daar wordt o.a. gezegd, dat alle handelshuizen in Addis Abeba, zoowel de groote als de kleine, doen zoowel aan invoer als aan uitvoer. De meeste europeesch-abessynische huizen hebben in Addis Abeba een vertegenwoordiger, wiens voornaamste werk bestaat in het sluiten van overeenkomsten met den keizer. Aan den nieuweling kost het meestal verbazend veel moeite, om daarbij te slagen, want slechts langzaam leert hij al de moeilijkheden overwinnen, die in Abessynië aan het zaken doen zijn verbonden.
De zwaarste concurrentie wordt den Europeanen aangedaan door Indiërs, Armeniërs en Grieken, die in hun wijze van denken zooveel dichter bij de Abbessyniërs staan en die voor geen middel terugdeinzen, om hun doel te bereiken. Om die reden hebben dan ook soliede huizen hun betrekkingen met Abessynië afgebroken.
De staatkundige toestand van het land doet mee den handel kwijnen. Al zijn de behoeften inderdaad wel toegenomen, toch verkiest de kleine man zijn opgespaard geld te bewaren, liever dan uitgaven te doen, die de aandacht op zijn welvaart zouden vestigen, waardoor zijn dorpshoofd hem de belastingschroeven maar sterker zou aanzetten.
Er bestaan wel in het land belastingwetten, op volkomen regelmatige wijze tot stand gekomen, maar ze bestaan enkel in theorie, en in de praktijk heerscht oppermachtig het uitzuigerssysteem, dat door willekeur geleid wordt en waartegen maar één middel helpt, de bakschisch. Men moet rekening houden met een uitvoer- en invoerrecht van tien percent; maar voor spiritualiën is het recht veel hooger. Ook bij de douane geldt evenwel het oostersche gebruik van giften en gaven, en als men bedenkt, dat een abessynische douanedirecteur hoogstens twintig thaler ’s maands salaris heeft met een stuk land, dan behoeft het niet te verwonderen, dat een bakschisch zekerder tot het doel leidt dan iets anders, als men wat heeft te reclameeren.