Parijsche Cabarets.
Reading edition
In de jaren na 1880 waren de cabarets, waar de kunstenaars samenkwamen, nog zoowat tot Parijs beperkt, en eerst in het laatste tiental jaren heeft ook in de groote steden van andere landen het cabaretwezen zich ontwikkeld en is er zeer bemind geworden. De kunst is in alle kringen te huis, en daarom is het cabaret, trots de democratie die er heerscht, in de gunst van het beste publiek.
De eigenlijke stoot voor de cabaretbeweging is van het Quartier Latin uitgegaan. Een studentengrap dreef de overmoedige club van Bohémiens, de »Hydropathie«, in het jaar 1881 naar de streek der Apachen. Aan den boulevard Rochechouart begonnen de clubbroeders onder het grappige presidentsschap van den nog al aan lager wal geraakten beeldhouwer Salis hun zonderlinge bijeenkomsten. Ze zongen en declameerden afwisselend hun eigen gedichten en composities. Elke week kwamen ze tot groote vreugde van de bezoekers van het lokaal samen en stelden zich tevreden met de bescheiden gaven, hun vrijwillig geboden.

De Moulin de la Galette te Parijs.
De kleine ruimte werd langzamerhand met kunstwerken van allerlei soort gevuld door de kunstenaars, en toen de kleine kroeg al grooter toeloop kreeg, en de naam van den beeldhouwer Salis door geheel Parijs klonk, zagen de vrienden zich genoodzaakt, hun werkzaamheid naar een eigen lokaal in de Rue Laval te verplaatsen. Hier bloeide de cabaret onder den naam van Chat Noir bekend, en trok avond op avond de elegante wereld naar Montmartre. De club was ook uitgebreid geworden; studenten en kunstenaars, die schipbreuk hadden geleden of het met het nuchtere gewone leven niet konden vinden, boden hun diensten aan en werden zonder veel omslag aangenomen. Zoo kon men een aan afwisseling rijk programma krijgen, dat naast origineele lyrische en epische gedichten ook wel fijne satiren en gloedvolle hymnen ten beste gaf.
In aansluiting bij de voordrachten in de club gaf Salis samen met Emile Goudeau een cabaretblad uit, de Chat Noir, waarin schetsen en gedichten van bekende schrijvers verschenen. De illustraties van den tekst werden door uitnemende kunstenaars geleverd, onder wie ook de onlangs gestorven caricatuurteekenaar Caran d’Ache. In 1885 verplaatste Salis de kunstzaal naar de straat Victor Massé, waar de Chat Noir zijn grootste triomfen vierde.
Tegenwoordig is er nog slechts een flauwe naglans daarvan over. Met den dood van Salis is zijn schepping in verval geraakt; iets ervan is nog blijven bestaan in het achterafgelegen cabaret »Quat-Z’Arts«, maar het is het rechte niet. Voor eenige jaren is nu aan den boulevard de Clichy een nieuw cabaret onder den naam Chat Noir ontstaan, uiterlijk op den grooten voorganger gelijkend, maar in de degelijkheid der voorstellingen er ver vandaan blijvend. Toch wordt het nog druk bezocht. Een smalle trap leidt van de straat naar beneden in een als herberg ingerichte kelderruimte. Aan de muren hangen groteske en onkiesche voorstellingen, en aan het eene eind is de werkplaats voor de kunst, een klein podium en een zware piano, en daarachter in het midden ter grootte van een gewoon keldervenster het chineesche schimmentheater. Een goed glaasje bier kost in het etablissement een franc, maar de entrée is er onder begrepen.
De voorstellingen beginnen in den regel elk halfuur en duren ook niet langer. De leider van de voorstelling verwelkomt ieder nieuw aangekomene met een karakteristieke opmerking, die geregeld het publiek aan het lachen maakt.

Het cabaret Le Ciel te Parijs.
Een emancipatie van de school van Salis is het schuin tegenover de Chat Noir gelegen cabaret »Le Ciel«, dat in het erbij behoorende cabaret »L’Enfer« zijn completeering vindt. De gasten zitten op kerkbanken met hooge leuningen, nemen aan een lange rechthoekige tafel plaats, worden door monniken bediend, die ook een preek houden, en gaan ten slotte onder het geleide van een Capucijner monnik verscheiden wenteltrappen op naar een tooneeltje waar paradijsachtige schoonheden te bewonderen zijn en waar door allerlei optisch bedrog den toeschouwers verrassingen worden bereid.
De cabaretstemming wordt tegenwoordig naar de balzalen overgebracht. Een der interessantste in dien zin is de Moulin de la Galette. Om die bezienswaardigheid te bereiken, moet men van den boulevard de Clichy een kleine bergtoer naar de Rue Tholozé ondernemen. Het gaat bijna tien minuten bergop. Zelden is een koetsier bereid, er tegen op te rijden; af en toe waagt nog eens een auto het, maar ook zij vermijden liefst de beruchte streek der Apachen. De zaal met alle moderne comfort heeft in haar midden een grooten molen, die lustig draait en in rhythme blijft met de onzinnigste dansmelodieën. Bij cotillons en dergelijke aanleidingen treedt de molen ook nog anders in werking. Bij elke omdraaiing komen er dan nieuwe verrassingen voor de uitgelaten dansers. Het danst er prettig, want de inrichting is bekend voor de beste dansmuziek. Het is een zeer gemengd gezelschap, dat er avond aan avond verschijnt.
Een door de druk uitgaande jongelui bevoorrecht lokaal is »Elysée Montmartre«, een elegant danslokaal van Montmartre, waar automobielen en eigen rijtuigen voor te wachten staan, behoed door lakeien. Over breede marmeren trappen gaan de schoonen naar de prachtige zaal. Poeder en blanketsel zijn er sterk vertegenwoordigd, en men danst er tot tegen drie uur in den morgen, wanneer »Elysée Montmartre« de deuren sluit, om ze overdag voor bokserswedstrijden en andere sport te heropenen.

De Moulin Rouge te Parijs.
Meer cabaretkarakter droeg vroeger de »Moulin Rouge«, die ook thans nog veel vreemdelingen trekt. Uit het beroemde ballokaal is voor eenige jaren een elegant variété-theater geworden, waar een stuk, dat trekt, eenige dozijnen malen wordt gegeven. De groote »promenoir« blijft altijd een aantrekkelijkheid der Moulin Rouge.