Utrechtsche Zendingsvereeniging.
Reading edition
Deze nuttige instelling vierde in het begin van October haar jubileum van een halve eeuw op feestelijke wijze o.a. met een tentoonstelling van dingen, die op haar werk in onzen Indischen Archipel betrekking hebben. Het was voor den aardrijkskundige en ethnograaf een leerzame collectie, die er bijeen was gebracht in de groote zaal van Tivoli te Utrecht. Te midden van de in de zaal aangebrachte versiering van groen en bloemen stond een eenigszins verkleinde Alfoersche woning, zooals Christeninlanders ze tegenwoordig bouwen en aan de wanden hingen schilderijen, door de kweekelingen van de nederlandsche Zendingsschool vervaardigd, tafereelen voorstellend uit het leven daarginds.
Een afdeeling in de zaal is geheel gewijd aan Nieuw-Guinea. Een groot aantal voorwerpen van dagelijksch gebruik voor de inlanders of door hen in den krijg gebezigd, zijn hier tentoongesteld. Een model van een papoesche woning, zooals deze vroeger bewoond was door een 80-tal menschen, en een huis, zooals het thans bewoond wordt door één Christengezin, gaf een aardig verschil te zien. Vrouwensieraden, manden, waarvan enkele vrij kunstig bewerkt, kleedingstukken van geklopte boomschors, heupsieraden, schilden, waaronder een van Biak geheel uit één stuk hout vervaardigd, versieringen van oorlogsprauwen, waarvan enkele zeer fraai bewerkt, een steenen bijl uit de Humboldtbaai, koppensnellersmessen en steenen, welke als afgoden vereerd werden.
Een tweede afdeeling was gewijd aan Halmaheira. Een model van een kerkje, waarvan de bouw door de bevolking zelf bekostigd wordt, trok hier allereerst de aandacht. Een geestenhuis, door een inlander zelf vervaardigd, met doodkist en wapens van den overledene; fijn bewerkte slaapmatjes, zooals ze door de vrouwen ten huwelijk worden medegebracht; verschillende mandjes om rijst te koken; een met paarlmoer ingelegd schild bij den krijgsdans in gebruik; een paar voetzolen, vervaardigd van den bast van den sagoweerpalm, op Dodinga in gebruik wegens den steenachtigen bodem; van boomschors vervaardigde met fraaie teekening voorziene heupbedekking voor mannen; verschillend mooi vlechtwerk en nog vele andere voorwerpen gaven een en ander te zien van het leven op Halmaheira.
De afdeeling Boeroe omvatte niet zooveel voorwerpen; hier zijn voornamelijk te zien allerlei soort speren, lansen en pijlen, schilden, mand- en snijwerk.
Verder waren beneden nog te koop boekwerken, foto’s en prentbriefkaarten, op het werk der zending betrekking hebbende; mooi batik-werk, fraai Indisch koperwerk en andere voorwerpen van Indische kunstnijverheid, w. o. aardig bewerkte mandjes en papieren wajangpoppen.
Op de gaanderij waren uit particuliere verzamelingen verschillende ethnografica tentoongesteld. Hier zag men van Zuid-Nieuw-Guinea o.a. houtsnijwerk, een dolk van casuaris-been, schortjes en tasschen van vezelstof; een bijl van steen; verder van de Key-eilanden een telplank, waarop de dagen aangeteekend worden, gedurende welke de zeevarenden niet thuis zijn; een harnas van karbouwenhuid, een voetbal; van het eiland Flores aardig vlechtwerk in hoeden en manden, een ketoen-ketoen (een soort tokkelinstrument); van Midden-Celebes kleeden van geklopte boomschors; van Borneo koppensnellersmessen met scheeden, gewatteerde vechtjassen, vlechtwerk, roeispanen, en een schild met menschenhaar; van Lombok zwaarden en vlechtwerk en van Madoera landbouwgereedschappen.
