← Table of contents
Op den Uitkijk, Jaargang 1909

De Boë-top, een “gemakkelijke” Dolomiettop.

Reading edition

De Dolomieten in Zuid-Tirol hebben ten gevolge van de sterke verweering van hun gesteente allerlei uitersten aan te wijzen; de grilligste vormen, rotstorens met loodrechte wanden, met ijs gevulde kloven, het eldorado voor de bestormers der gevaarlijkste toppen, en tusschen de afzonderlijke groepen gemakkelijk begaanbare, met gras begroeide overgangen met gelegenheden om te rusten, zooals de niet oversterke en voorzichtige toerist ze wenscht. Maar in deze zoo rijke bergwereld kunnen ook die bergstijgers behagen vinden, die niet graag in de nauwe holten schoorsteenvegerskunsten vertoonen of tegen steilten opkrabbelen, waar de mensch met de gemzen moet wedijveren; maar die zich aan den anderen kant stevig en flink genoeg voelen, om in de verheven eenzaamheid van het hooggebergte door te dringen en ook te strijden voor het winnen van een mooi uitzicht.

Aan dezulken kan een bestijging warm worden aanbevolen, die ze zonder gids en zonder speciale uitrusting naar de hoogste tinnen van een grootsche Dolomietgroep brengt. In het Oosten van het veelbezochte Grödnerdal verheft zich een geweldige rotsburcht van meer dan zestig kilometer in omtrek, de Sella, die op mooie avonden prachtig door het zonlicht wordt bestraald en na regendagen met versche sneeuw besuikerd is. Hoe dichter men erbij komt, des te ontoegankelijker lijkt dit hooge plateau met de steile hellingen en de reusachtige rotszuilen. En toch is juist de hoogste top van die natuurlijke vesting, de Boë-top, 3152 meter, de gemakkelijkste top in de geheele groep, sedert ongeveer vijftien jaren geleden de sectie Bamberg van de Duitsche en Oostenrijksche Alpenvereeniging er haar arbeidsveld heeft opgeslagen en voor de ontsluiting is bezig geweest.

Van de hoofdpaden, die op het met sneeuw bedekte plateau voeren, is het gemakkelijkste ook het meest voldoening gevend, namelijk dat door het Mittagsdal, Val de Mesdi. Van Colfosco uit kan men den weg best zonder gids vinden, want daartegenover opent zich de ingang naar de spleet, die de grens is tusschen de oostelijke en de westelijke helft van den Sella. Over de door dauw vochtige mooie weiden en een licht woud van lariksen gaat men langs de Sorabeek en volgt dan den trappenaanleg, die matig stijgend, meest over sneeuw van lawinenresten, die den heelen zomer nu en dan over den weg en het beekje vallen, voert door een der indrukwekkendste kloven, dreigender dan de Langkofelkar, de Grasleitenkessel in de Rosengartengroep.

Geen spoor van dier- en plantenleven brengt afwisseling in de rotswildernis. Een blik achterwaarts vertoont als een laatste groet uit een verlaten wereld, de door de zon beschenen weiden van Colfosco, maar spoedig verdwijnen ze en alleen de roode rotswanden blijven.

De Bamberger hut op den weg naar den Boë-top.
De Bamberger hut op den weg naar den Boë-top.

De Bamberger hut op den weg naar den Boë-top.

Na een uur ongeveer splitst zich de weg, en een blauwe markeering wijst door een rotsspleet op het Pisciadu-plateau, waar de sectie Bamberg een nieuwe hut als tusschenstation tusschen het dal en het bovenste terras heeft gebouwd. Dan plotseling staat men op het Sella-plateau met de wapperende vlag in de beiersche kleuren. Een grootsch natuurtooneel hebben we dan voor oogen; uren ver weidt de blik over schitterende sneeuwvelden ver naar het Zuiden en Westen, en alleen de reuzentoppen aan weerszijden van het Mittagsdal zijn hooger dan ons standpunt. En links staat de Boë, waarvan men te voren nog niets heeft gezien. Die hoogste verheffing van het gebergte is als een reuzendriehoek van louter duidelijk begrensde horizontale lagen, herinnerend aan de oud-egyptische architectuur.

Sinds 1902 is de toerist er vrij van, zelf voor koken en ander huishoudelijk werk te zorgen, want het drukke bezoek heeft de aanstelling van een verzorger mogelijk gemaakt. Het hoogste onderscheid tusschen de hut en den top bedraagt nog geen 300 meter. De top is hoefijzervormig als de heele Sella, waarin als in de geheele Dolomietengroep de geologen groote koraalriffen willen zien uit een vroegere periode van het bestaan der wereld. De hoogste verheffing ligt niet aan de schilderachtige westzijde, de Cresta Strenta, maar aan den zuidoostkant, en is gemakkelijk te bereiken. Zelfs als de stijging nog door sneeuw is bedekt, doen zich geen moeilijkheden voor. Nergens behoeft men de handen bij het klimmen te hulp te roepen, en weldra is het beschermende dak zichtbaar, dat het hoogste punt aanduidt.

Van hieruit doet zich een panorama voor, dat haast de geheele bergwereld van Tirol omvat. De meest nabijzijnde groepen zijn de Marmolata, de Fassolanergroep, de Enneberger, Grödener en Ampezzaner Dolomieten. En zonder vreemde hulp heeft men een hoogte van 3000 meter bereikt, wat ook geen geringe voldoening is!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings