← Table of contents
Op den Uitkijk, Jaargang 1909

Bestijging van den Brocken in den winter.

Reading edition

Hoe boeiend en interessant het zijn kan, in den winter door den Harz te reizen, vertelt een Duitscher, die een wintertocht op den Brocken heeft gedaan en daarvan het volgende meedeelt. Wij hadden, mijn vriend en ik, in den westelijken Harz gelogeerd, en wilden nu, eer we het gebergte vaarwel zeiden, een skitoer maken naar den Brocken van Andreasberg uit. Rekenend op den maneschijn, hadden we besloten, de toer ’s avonds te beginnen en zoo mogelijk, in den nacht nog den Brocken te bereiken, ofschoon wij eerst laat op den namiddag in Andreasberg konden aankomen.

In den trein kon nog niemand ons plan aan ons zien; maar in den bagagewagen werd voor ieder van ons een paar sneeuwschoenen meegenomen, en in het bagagenet van den waggon lag een handkoffer, die een menigte dingen voor de uitrusting bevatte. In Scharzfeld, waar we een poos oponthoud hadden, gingen we met den koffer naar de tegenover het station gelegen herberg, om ons te verkleeden.

In sportkleedij zetten we toen onze reis voort met den trein, die het bergland inreed en eerst toen het al donker was, Andreasberg bereikte. Koffer en mantels werden in het station in bewaring gegeven; onze sneeuwschoenen namen we in ontvangst en met een bekende, dien we hier ontmoetten, gingen we op weg naar de een goed half uur verder gelegen stad. Op de hoogte gekomen van een heuvel rechts van de spoorlijn, zagen we de stad beneden ons liggen, stralend in licht. Snel stapten we in de sneeuwschoenen, die we eerst achter ons aan hadden getrokken, en suizend gleden we een straat in van kleine, onaanzienlijke huizen.

Een zachte, vochtige sneeuwlucht woei ons tegemoet en de wolken, die kwamen opzetten, kondigden sneeuw aan. Dat ontmoedigde ons niet, en in een winkel zorgden we voor de laatste deelen van onze uitrusting. De veldflesschen lieten we met brandewijn vullen, en een flinke bergstok werd aangeschaft. Nadat hier ook de breede wollen doek bij wijze van een hoofddoek der vrouwen was omgeslagen, zorgvuldig onder de kin met veiligheidsspelden vastgestoken, trokken wij onze sneeuwschoenen weder aan, en de vaart kon beginnen.

Op marsch.
Op marsch.

Op marsch.

Na weinige minuten stonden we op den weg naar het Sonnenberger Huis. Met volle kracht blies er de wind over de sneeuwvelden en drong in steeds dikker massa’s op ons in, tot we ons in een echten sneeuwstorm bevonden. Het was een razen om ons heen, als waren de geesten der hel losgebroken, en de lucht drukte zoo heftig bij den hevigen wind, dat het was, alsof er muren tegen ons aan werden geschoven. En daarbij stoven ons, die nauwelijks konden ademhalen, scherpe sneeuw- en ijsdeeltjes in het gezicht, dat geprikt werd als door duizend naalden.

Alles scheen er zich tegen te verzetten, dat wij in deze eenzaamheid ons dieper waagden, en meer dan eens weifelden we, of we verder zouden gaan; maar telkens besloten we, het nog wat verder uit te houden. Dat bleek goed te zijn, want na een half uur van kamp met het weêr kwamen wij in het bosch, waar de kracht van den storm minder werd gevoeld. Met nieuwen moed ging het voort, een eind nog langs den hoofdweg, dan langs den Rehberger weg, die naar het Oderdal voert. Suizend gleden de sneeuwschoenen over het vrij breede pad; af en toe werd een slok uit de veldflesch genomen en ook werden reeds de boterhammen aangesproken.

De wind bleef, ofschoon we nu weer in het opene waren, kalm, en het oproer in de elementen scheen over, zoodat ook weer sterren zich begonnen te vertoonen. Nog iets verder, en een geelachtig schijnsel drong door de boomen. De maan kwam op.

Vroolijk ging een krachtige jodler van mijn vriend de lucht in.

En toen hadden we een doorkijkje door de sparren, dat prachtig was; op den stompen kegel van de Achtermannshöhe scheen de maan, terwijl een krans van teêre, van glans doorgloeide nevels om den top hing. Het dal werd nauwer en op den hooggelegen plas, het Odermeer, dat we passeerden, lag de sneeuw als een damasten kleed, omzoomd door den donkeren rand van de schaduwen der boomen aan den eenen kant. In het Noorden schitterde de Groote Beer.

We hadden nu het Brockenfeld bereikt, en wel op de laagste plaats, die 724 meter boven de Noordzee is gelegen, die eigenaardige hoogvlakte van venen en bosschen, die zich ten westen van den Brocken uren ver uitstrekt en waar buiten het Torfhaus en het Forsthaus Oderbrück geen menschelijke woningen zijn te vinden. Het begon zwaarder werk te worden, want er lag nu veel meer sneeuw; op den postweg Harzburg-Braunlager, dien wij na een kwartier door het bosch te hebben geloopen, bereikten, had de sneeuwploeg veel te doen gehad, om de sledebreedte voor de post vrij te houden. De telegraafpalen waren sterk beijzeld.

Het Forsthaus Oderbrück.
Het Forsthaus Oderbrück.

Het Forsthaus Oderbrück.

Verandering in het weêr, waardoor het duister werd en er sneeuw dreigde, deed ons besluiten, het aanvankelijk plan, om nog in den nacht de bestijging van den Brocken te doen, te laten varen en in het Boschwachtershuis Oderbrück te blijven. Dat was het laatste station voor voetgangers vóór den Brocken; we volgden nu den postweg in noordelijke richting langs wouden, diep onder de sneeuw en vlakten vol sneeuw zonder boomen, en hoe verder we kwamen, des te sterker werd het gevoel van eenzaamheid om ons heen, tot er op een grooten afstand over de sneeuw een licht blonk, het schijnsel van een lamp in het Forsthaus, waar we voor den nacht een onderkomen vonden.

Het was nog donker, toen we den volgenden morgen werden gewekt, ons bij flikkerend kaarslicht aankleedden en naar buiten keken, waar de sterren begonnen te verbleeken. Beneden gekomen, gingen we dadelijk naar de sneeuwschoenen kijken en brachten ze in het warme achterkamertje in de nabijheid van de kachel, om de nog aan de riemen hechtende ijsdeeltjes te doen ontdooien. De dienstboden zaten er aan hun morgensoep, en waren innerlijk zeker blij, dat ze in kou en eenzaamheid niet naar buiten behoefden te gaan. Ook de Förster, die al weer in de groote kamer op zijn troon zat, dacht misschien net zoo, maar onder de ruige wenkbrauwen straalden zijn oogen ons bijval toe en goedkeuring over ons voornemen.

Toen we na een flink ontbijt met koffie naar buiten gingen, stond de maan aan den westelijken hemel laag in een zachtrooden glans, uit het Oosten weerkaatst, die hooger zich in een teer blauw oploste, en de sneeuw op de sparren en de velden scheen overtogen met een groenachtig waas. Een paar stooten met de sneeuwschoenen, en het tooneel lag achter ons. We trokken oostwaarts naar het morgenlicht door bosch, dat met open plekken afwisselde, en over den harden grond knarsten de sneeuwschoenen snel vooruit.

Daar stuurde de zon over de besneeuwde velden haar eersten groet en strooide weldra millioenen van kristallen over de koude pracht; de sparren wierpen er blauwe schaduwen overheen. Doch niet lang zou de zon baas blijven; bruinachtige nevelsluiers schoven over de boomkruinen, door een oostenwind voortgedreven, die steeds in kracht toenam. Wij trokken onze hoofddoeken dichter om ons heen, blij, toen we zoo ver gevorderd waren, dat het groote Brockenveen bereikt was; daarna bereikten we den voet van den Königsberg en stapten vrij steil omhoog tusschen de boomen.

Brockenfeld met den Brocken.
Brockenfeld met den Brocken.

Brockenfeld met den Brocken.

Langs den in den winter niet gebruikten spoorweg gingen wij door den pas tusschen Brocken en Königsberg en begonnen den top te bestijgen, eerst nog langs de lijn, die in groote bochten om den berg loopt, daarna in een rechte lijn bergopwaarts tusschen kromme en verweerde boomen met losse sneeuw ertusschen. Reeds bleven de sparren achter ons, en de sneeuw werd hard als ijs. Op den afgeronden top konden wij, daar de nevels waren weggetrokken, uitzien over bosschen en vlakten. De top was bezaaid met brokken graniet, en het Brockenhaus lag vóór ons, met sneeuw eromheen opgehoogd tot de vensters. De toegang tot de deur was tusschen sneeuwmuren opengehouden.

Op ons kloppen deed de voor den winter er gestationneerde kellner open. Het hotel, dat in andere seizoenen op een enkelen dag vaak bij de duizend menschen binnen zijn muren ziet, nam ons als eenige gasten op. Een gevoel van verlatenheid kwam ons tegen van de wanden in de hal, met de groote plakkaten over table d’hôte, aansluitingen van spoorwegen, telegraaftijden, enz. We kwamen in een verwarmd vertrek en in een hoek stond op dien dag in het laatst van 1901 een versierde Kerstboom!

Wij bleven er tot twee uur en togen toen weer op weg. Toen wij van het Brockenhaus hadden »afgestooten«, begonnen de sneeuwschoenen als vanzelf voort te hollen; het ging vliegensvlug over den harden grond, zoodat de been- en voetspieren groote moeite hadden, om de beenen evenwijdig te houden. Het tempo nam maar steeds in snelheid toe. Het was onmogelijk, te letten op het uitzicht, want de bergen werden bij die vaart tot iets onduidelijks; alleen enkele markante konden we onderscheiden, als Achtermannshöhe en Wurmberg. Scherp remmend suisden we naar beneden; het schemerde ons voor de oogen, en we waren in het gebied der sparren. Daar kwam een scherpe bocht van het pad, waarop wij tusschen de boomen naar omlaag vlogen, een snelle poging, om de bocht te nemen, en beiden lieten we ons achterover in de mulle sneeuw vallen, om niet in volle vaart in het struikgewas terecht te komen. Het liep best af, en spoedig was de daling volbracht.

Urenlang ging het nog door het bosch in de richting van Andreasberg en daarna over het vrije veld met de bergen van het Oderdal achter ons. Met lange schreden vorderden we over de harde sneeuw, waar reeds avondstemming begon te heerschen. Bloedrood werd het aan den horizon, en boven zweefden wolken, die met purper doortrokken schenen. In dat mooie licht verscheen het boeiende panorama van Andreasberg; we gleden in volle vaart de helling af en zelfs door de stille straten naar het station, waar we nog vroeg genoeg aankwamen, om ons te verkleeden. In de coupé rustten we uit en ongemerkt bracht ons de trein uit het stille bergland naar het woelige, drukke menschengedoe terug.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings