← Table of contents
Op den Uitkijk, Jaargang 1909

Vereeniging “Doorwerth”.

Reading edition

Een hartelijk welkom mag wel worden toegeroepen aan de nieuwe Vereeniging, die zich ten doel stelt, het slot Doorwerth bij Oosterbeek, of liever wat er van over is, te koopen van den eigenaar, de heer Scheffer van de »Duno«, en het door doelmatige restauratie te behouden als interessant monument uit het verleden. Den 8sten Juli is de vereeniging te Arnhem geconstitueerd onder presidium van den burgemeester van Arnhem, Jhr. Mr. A. Röell. In de bijeenkomst, waartoe een commissie de belangstellenden had opgeroepen, voerde de heer F. A. Hoefer uit Hattem, lid van de »Monumentencommissie«, het woord en wees op de noodzakelijkheid van ingrijpen, nu wat er van het kasteel over is, snel een ruïne dreigt te worden. Hij schetste de historie van het kasteel in korte trekken, die de belangrijkheid aantoonden.

Het slot is inderdaad te belangrijk uit historisch, architectonisch en aesthetisch oogpunt, dan dat het zou mogen verloren gaan. De tegenwoordige eigenaar is bereid, het slot binnen de grachten voor tien duizend gulden af te staan, een niet groote som, die door contributiën en giften bijeen zal moeten worden gebracht. De restauratie zal naar alle waarschijnlijkheid met rijkssteun tot stand kunnen komen. Het blijkt de Commissie tot behoud der monumenten, dat om het gebouw te restaureeren en het te brengen in den staat van het einde der zeventiende eeuw, een som van zestig duizend gulden noodig zou wezen, terwijl men, zich tevreden stellend met een herstelling tot den toestand van een halve eeuw geleden, met veertig duizend gulden zou kunnen volstaan.

Wat zal men doen met Doorwerth, als het in beteren staat is gebracht? De bestemming zou kunnen zijn de vestiging van een Geldersch museum om de herinnering aan de roemrijke Geldersche geschiedenis te verlevendigen. Misschien ware ook de gelegenheid gunstig voor een openlucht-museum, zooals Kopenhagen bezit.

In het voorloopig bestuur der Vereeniging werden gekozen de heeren, die de oproeping voor de bijeenkomst hadden geteekend. Als de statuten zijn goedgekeurd en rechtspersoonlijkheid is aangevraagd, zal men dan met den heer Scheffer over den koop kunnen onderhandelen.

Aan de discussies namen deel baron Mackay, Mr. E. G. C. Scheidius en Jhr. Mr. D. B. R. baron van Lynden van Sandenburg. De oproep ging uit van de heeren graaf Bentinck, Dr. P. J. H. Cuypers, F. A. Hoefer, J. Kalff, Mr. S. Muller Fzn., Jhr. Mr. A. Röell, Jhr. Nedermeyer ridder van Rosenthal, baron Schimmelpenninck, Mr. J. J. S. baron Sloet, Jhr. Mr. G. Wttewaall van Stoetwegen, Jhr. Mr. Victor de Stuers en Dr. J. S. van Veen.

“Ons eigen Land”, dat mooie werk van den A. N. W. B., vertelt van Doorwerth, dat het een der weinige middeleeuwsche burchten in ons land is, die nog het oorspronkelijke karakter bewaarden. Met zijn driedubbele grachten, ophaalbruggen, wachttoren, poorten, muren met schietgaten, voorplein, binnenplein, gevangenis, wapenzaal, kapel, slotbewaarderswoning, stallen en andere bijgebouwen, zijn torentransen en trapgevels, is het als ’t ware een stuk vaderlandsche geschiedenis. Over de eerste ophaalbrug komt men op een smal voorplein; hier verrijst tegenover de tweede ophaalbrug een wachttoren, van uit welker raampjes men den toegangsweg overziet. Over de brug is een zwaar poortgewelf, waarboven de geslachtwapens van de familie Van Voorst rechts, van de familie Schellard van Obbendorf links, zijn aangebracht. Door deze poort komt men op het ruime binnenplein, waarop oude acacia’s, waarvan, naar het heet, een is geplant in 1579, ter herinnering aan de Unie van Utrecht. ’t Zijn de oudste boomen van dat soort, welke men in ons land vindt. Een derde ophaalbrug voert naar het eigenlijke slot, dat sinds lang niet meer bewoond is.

De heerlijkheid Doorwerth is een der oudste van Gelderland en moet ongeveer uit de tiende eeuw dagteekenen. Omstreeks 1500 ging zij door huwelijk over aan de familie Wisch en van deze aan die van Homoet. In 1558 kwam zij aan het bovengenoemde huis Schellard. Een eeuw later ging zij over aan den graaf van Aldenburgh, wiens kleindochter haar den graaf Bentinck mee ten huwelijk bracht. Tot 1840 bleef Doorwerth in het bezit der Bentinck’s waarna baron Van Brakell van Wadenooien de heerlijkheid door aankoop verwierf. Na den dood van de douairière Van Brakell Doorwerth, ongeveer 1878, viel het kasteel met zijn omgeving ten deel aan jhr. mr. J. G. Ridder van Rappard. Sinds eenige jaren behoort het aan den heer Scheffer, tevens eigenaar van het aangrenzende landgoed Duno.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings