← Table of contents
Op den Uitkijk, Jaargang 1909

Oost Aziatische kunst.

Reading edition

Dezer dagen werd uit Berlijn aan de Nieuwe Rotterdamsche Courant geschreven over de beteekenis van de kleinere musea voor volkenkunde en over de bezwaren, verbonden aan de groote verzamelingen, die uit den aard der zaak zich steeds uitbreiden, en waar gebrek aan ruimte bijna altijd storend en belemmerend werkt. Het geschiedde naar aanleiding van het Berlijnsche Museum voor Volkenkunde, dat onder den last van de uitgebreidheid zijner collecties sterk gebukt gaat, en waarvoor op dit oogenblik nog zes wetenschappelijke reizigers in verre landen bezig zijn aan het bijeenbrengen van wat tehuis behoort in dat centrum van de wetenschap der ethnologie.

Jizo, de beschermer der bedrukten. 13de eeuw n. Chr.
Jizo, de beschermer der bedrukten. 13de eeuw n. Chr.

Jizo, de beschermer der bedrukten. 13de eeuw n. Chr.

Een van de reizigers voor het Museum, de heer Adolf Fischer, verhaalt in de Gartenlaube over zijn vondsten in Oost-Azië, vondsten van antieke kunst. Het grootste en innigste, dat de kunst in Oost-Azië heeft voortgebracht, wortelt in den godsdienst, en dus waren het vooral de kostbaarheden, die met den godsdienst verband hielden, waar hij zijn aandacht aan had te wijden. Zijn expedities werkten in China, Japan en Korea, waar de tochten soms onder allerlei gevaren moesten worden volbracht, want in de drie jaren van de reizen (1905 tot 1908) was de oorlogsfakkel nu en dan er ontstoken bij krijg of oproer.

De kunstschatten moesten dikwijls op afgelegen paden worden opgezocht, vooral in China, dat bij den verwoestenden Taipingopstand schatten van de grootste waarde heeft zien verloren gaan. Veel provincies werden verwoest, en de overblijfselen der oude cultuur vielen daarbij als offers. Als Fischer door verlaten steden en kale landstreken trok, moest hij denken aan den toestand van Duitschland, zooals ons die na den dertigjarigen oorlog wordt geschilderd. Het kostbaarste, dat in de toekomst aan kunstschatten uit China is te verwachten, ligt in den grond verborgen, waar de stormen, die het land hebben geteisterd, het niet konden bereiken. Maar voorloopig is daar moeilijk aankomen aan, want wie het waagt, de rustplaatsen der dooden te verstoren, haalt zich tegenwoordig nog een doodvonnis op den hals.

In Korea is het haast net zoo gesteld; ijverzuchtig waken de Japanners, de nieuwe heeren van het land, ertegen, dat kunstschatten uit de vroegste perioden van Korea niet aan vreemdelingen in handen vallen, maar naar Japan verhuizen. Trouwens er is niet veel meer, want in vroeger eeuwen heeft het land veel geleden onder oorlogsgeweld en het verarmde Korea deed reeds daarom alleen geen rijken oogst verwachten.

Enno Gyoja, de god der pelgrims. 7de eeuw n. Chr.
Enno Gyoja, de god der pelgrims. 7de eeuw n. Chr.

Enno Gyoja, de god der pelgrims. 7de eeuw n. Chr.

In Japan staan de zaken anders; daar vindt men musea, keizerlijke verzamelingen, oneindig rijke kloosters, een historischen adel, die de schatten van voorvaderlijke tijden trouw behoedt, en een in de laatste jaren tot macht en aanzien gekomen plutocratie, die door haar geld, juist als in Europa, de kunst steunt en tot zich trekt. Ofschoon dus Japan het land is, waar verreweg de meeste kunstwerken uit vroegere tijden zijn opgestapeld, is het uiterst moeilijk, er iets werkelijk goeds te krijgen. Het gevaar, bedrogen te worden, is voor wie niet grondig ingewijd is en degelijke kennis van zaken heeft, buitengewoon groot. Japan is het land van vervalschers. Op alle kunstterreinen worden de geraffineerdste nabootsingen met verbazingwekkende handigheid uitgevoerd, en de Europeaan, die zonder degelijke voorbereiding komt, laat zich waardelooze dingen in de handen stoppen.

Het wordt intusschen den vreemdeling in den laatsten tijd gemakkelijker, ingelicht te worden, als hij de middelen daartoe niet verwaarloost. Zooals alles in Japan in de laatste vijftien jaren enorm is vooruitgegaan, zoo is het Museumwezen ook zeer veel verbeterd. Men heeft nu niet meer alleen het Ujenomuseum in Tokio, maar ook in Kioto en Nara zijn verzamelingen, waar de heerlijkste stukken van oud japansche cultuur te zien zijn, en door een herhaald bezoek aan die musea kan de Europeaan zeer veel leeren, vooral omdat de kunstvoorwerpen steeds voorzien zijn van uitvoerige bijschriften in het Engelsch.

Bezoeken ook aan de klassieke schatten, in de kloosters bewaard, aan tentoonstellingen van kunstvrienden, aanbevelingen aan bezitters van belangrijke verzamelingen kunnen van nut zijn, en ten overvloede geven geïllustreerde prachtwerken met engelschen tekst den belangstellende al, wat hij noodig heeft te weten, om echt en onecht te onderscheiden.

De daemon Myodoki.
De daemon Myodoki.

De daemon Myodoki.

Uit de vroegste tijden van het Boeddhisme heeft de heer Fischer voor zijn Museum een en ander kunnen veroveren van groote waarde, beelden en schilderijen en fresco’s. Zoo is er een beeld van Jizo, den beschermer der bedrukten uit de dertiende eeuw na Chr., dat in kleur en in het kenschetsend goudreliëf van den rand van het kleed herinnert aan Italiaansche meesters uit denzelfden tijd.

Uit de zevende eeuw na Chr. heeft de verzamelaar een beeld van den god Enno Gyoya meegebracht, wien de vermoeide pelgrims hun strooien sandalen offeren, en uit dienzelfden tijd is de demon Myodoki afkomstig. Van groote historische waarde is de meer dan vier voet hooge bronzen Kwannonfiguur, de door Borel zoo dichterlijk verheerlijkte godin der barmhartigheid.

Een meesterwerk van oud japansche beeldhouwkunst is de door den beroemden beeldhouwer Joche gemaakte en uit den bloeitijd van 1017 tot 1036 afkomstige Jizo, den beschermer der bedrukten, wiens beeld men op alle japansche kerkhoven en in de boeddhistische tempels vindt. De val der plooien van het gewaad is klassiek mooi, en het voetstuk in den vorm eener lotosbloem is zeer harmonieus van lijn.

Jizo, de beschermer der bedrukten. 1017–1036 n. Chr.
Jizo, de beschermer der bedrukten. 1017–1036 n. Chr.

Jizo, de beschermer der bedrukten. 1017–1036 n. Chr.

Merkwaardig is nog een reliëf, dat Fischer heeft meegebracht, een reeks van figuren voorstellend in drie rijen boven elkander. Het moet het eerste vóórboeddhistische reliëf wezen, dat ooit China verliet. Er worden tooneelen op voorgesteld uit het leven van een hoogwaardigheidsbekleeder. Verrassend is de overeenkomst van dit steenen grafreliëf uit China met oudassyrische en oudbabylonische dergelijke werken. De steen is geribd, en de voor stellingen liggen twee centimeter diep. Bij de zeldzaamheid van oude kunstwerken in China zijn die oude grafreliëfs, die op het eind van de achttiende eeuw door een toeval (1786) zijn ontdekt en die als heilige relieken worden bewaard door de Chineezen, van groote waarde. Zij wekken bij de onderzoekers een reeks van vragen naar aanleiding van de verrassende overeenkomst der voorstellingen met die op oudbabylonische reliëfs.

Bronzen standbeeld van Kwannon, de godin der barmhartigheid. 1175–77 n. Chr.
Bronzen standbeeld van Kwannon, de godin der barmhartigheid. 1175–77 n. Chr.

Bronzen standbeeld van Kwannon, de godin der barmhartigheid. 1175–77 n. Chr.

Is het die cultuur geweest, die de oud-chineesche, vóórboeddhistische beschaving rechtstreeks onder haren invloed kreeg, of ontbreken ons nog de verbindende leden, die vermoedens tot zekerheid kunnen doen worden?

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings