Nog eens Spitsbergen.
Reading edition
In aansluiting aan onze opmerkingen over Spitsbergen in het vorig nommer, moeten wij nog vermelden, dat, naar Petermann’s Mittheilungen, Noorwegen zich thans opmaakt voor een groote wetenschappelijke expeditie naar Spitsbergen, als om op te komen tegen Zwedens bewering, dat het profiteert van anderer werk in die streken. Gunnar Isachsen, indertijd deelnemer aan de expeditie van Sverdrup naar Groenland met de Fram en eveneens deelnemer aan de onderzoekingen van den vorst van Monaco in het Noordwesten van Spitsbergen in den winter 1906–7, is nu samen met veel noorsche geleerden aan het op touw zetten bezig van een groote wetenschappelijke noorsche expeditie naar Spitsbergen.
Terecht wijst Isachsen erop, dat de zeekaarten van Spitsbergen voor het meerendeel zeer onvoldoende zijn, zoodat de scheepvaart er met groote moeilijkheden alleen reeds daarom te kampen heeft. Hij acht het zijn voornaamste taak, een nauwkeurige trigonometrische en photogrammetische opmeting te verrichten vooral van het noordwestelijke deel der groep, maar ook gelijktijdig aan het topografisch en geologisch onderzoek van het binnenland te beginnen. Zijn expeditie zal bestaan uit drie topografische groepen van elk drie personen, een ijsgeoloog, een palaeontoloog met twee helpers en een geoloog met twee helpers. Men hoopt met het onderzoek nog in 1909 te beginnen en het in 1910 te kunnen voortzetten.
