← Table of contents
Op den Uitkijk, Jaargang 1909

Een Grievencahier.

Reading edition

De oud-gewestelijke secretaris van de residentie Timor, de heer H. D. Wiggers, heeft een boekje uitgegeven, ons ter bespreking gezonden en getiteld »Aardrijkskundige Schets van het eiland Rotti«, dat onder deze vlag van den titel een heel andere lading dekt dan men zou verwachten.

De »schets« beslaat 24 bladzijden en daarvan geven slechts 6¾ bladzijden een beschrijving van het eiland Rotti; al het overige is aanklacht en beschuldiging van regeering en ambtenaren. Vluchtig worden in die eerste regelen behandeld de eerste volkplanting op het eiland, en de tweede, de godsdienst van de Rottineezen, gebruiken en gewoonten bij geboorten, huwelijken, sterfgevallen, begrafenissen enz., het dierenrijk, de natuurlijke voortbrengselen en het plantenrijk, en dan begint de schrijver van leer te trekken.

Het is een wonderlijk grievencahier, dat hij open doet en wij kunnen met den gegriefde zoo moeilijk medelijden krijgen, zoo lastig is het, voor ons met hem mee te voelen, omdat hij nergens in zijn boekje ook maar eenigszins preciseert, geen namen noemt of plaatsen, maar in het wilde redeneert over al het onrecht, dat er in onze koloniën geschiedt, en waar de regeering niet genoeg tegen waakt door afdoende contrôle.

Misschien zou het nog gegaan zijn, om in de gevoelens van den aanklager te komen, als hij zich verstaanbaar had uitgedrukt en niet in een zoo verwarrenden, onduidelijken stijl, in zulke ellenlange zinnen, dat men telkens den draad van zijn betoog verliest.

Zijn hoofdgrief is, naar wij meenen te begrijpen, dat er geen toezicht genoeg wordt uitgeoefend op de lagere ambtenaren, dat hun klachten en bezwaren, als die bij de regeering inkomen, worden ter zijde gelegd en dat er een ongelukkige keuze plaats heeft van indische bestuurshoofdambtenaren.

De schrijver wijst op de Oost-Indische Compagnie, die, als er klachten inkwamen te Batavia, onmiddellijk een commissaris zond, om de klachten te onderzoeken, te rapporteeren en naar bevind van zaken te handelen. Die methode moet weer gevolgd, want, en hier beginnen wij te citeeren en verzoeken de aandacht voor de taal van den auteur, »het is onbetwistbaar een heilaanbrengende handeling en alzoo van zeer veel nut, om in toepassing te brengen op eenige hoofden van gewestelijk en plaatselijk bestuur op en buiten Java en Madoera, ten opzichte hunner afkeurende handelingen in bestuurszaken, hunne nalatigheid en plichtsverzaking in den dienst en hunne willekeurige en berispelijke handelingen en het misbruik maken van hunne bevoegdheid, hetzij als besturend ambtenaar, hetzij als politierechter; maar niet de ter zake gemaakte waardige persbemerkingen, terechtwijzingen en aansporingen met vrijwillig gegeven advies tot handeling ongemoeid ter zijde te laten en zich volstrekt niet aan te trekken, wat er maar over geattendeerd wordt en dit te beschouwen als noodelooze aantijging, zoodat betrokken autoriteiten van de slapheid der regeering worden overtuigd en daarvan misbruik maken, om hunne fouten en gebreken te doen voortduren, zonder de minste stoornis voor een correctie of anderszins«.

Zoo gaat het in dreunende onaangenaamheid door; men duizelt van den woordenrompslomp, en zelfs als een zin klein is en flink op den man af gaat, komt de schrijver er nog niet goed uit. Hij vindt de bestuursambtenaren onbekwaam, en geeft nu dezen raad: »in verband daarmede dient men der regeering en den Directeur aan te prijzen, om geen ambtenaren tot den voornamen werkkring van bestuurshoofd te roepen of daarin te laten blijven, welke men onder de algemeene rubriek van prullen kan brengen«, en »maar de regeering schijnt zich hiermede niet te kunnen vereenigen, om in eene heilzame afdoening te treden, en men moet erin berusten en die bestuurshoofden, politierechters, in hunne dwaling, betweterigheid en bijna totale onbekendheid met wetten en bepalingen en alzoo ongeschikt om als rechter op te treden, ongestoord laten, ten nadeele voornamelijk van de arme inlanders.«

Van preciseeren is nergens sprake, en zoo zullen door dit boekje des schrijvers grieven zeker niet worden uit den weg geruimd, want wat kan een regeering na zoo iets anders doen dan het geschrijf kalm naast zich neer leggen en er zich verder niet om bekommeren?

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings