← Table of contents
Niederländische Volkslieder

Wenn’s alle Tage doch Sonntag wär’!

Reading edition

1De zondag is wel na mijn zin,

hij komt zoo gemakkelijk in;

ik slaap met rust zoo lang ’t my lust

zonder misbaar:

ik wou dat ’t altijd zondag waar!

2Zondags staat alle handwerk stil,

dat gaat zoo fraai na onzen wil;

elk tot zijn vriend gaat waar ’t hem dient,

den een tot d’aêr:

ik wou dat ’t altijd zondag waar!

3Het werken is een groot verdriet

voor hem die geeren en werkt niet;

’t is hem een plaag ook alle daag

en al het jaar:

ik wou dat ’t altijd zondag waar!

4Zondags gaan ook de visschers uit

met emmer, korf al om den buit,

om vangen met schakel, werpnet:

den hengelaar,

hij wou dat ’t altijd zondag waar!

5De vrouwtjens toogen dan haar vlijt

om zondags te wezen verblijd;

elk in zijn huis of bij zijn bruid

of zijn minnaar:

ik wou dat ’t altijd zondag waar!

6De knechten zijn dan ook bereid

om te gaan al met de meid,

ginds ende weêr na haar begeer

in ’t groen eenpaar:

ik wou dat ’t altijd zondag waar!

7Oorlof hier mede voor het lest,

het dunkt mij altijd zondags best,

dan is er vreugd al bij de jeugd,

al bij malkaêr:

ik wou dat ’t altijd zondag waar!

Holländisch: Oudt Haerl. LB. 27. druk 1716. bl. 49. mit Weglassung einiger Strophen (Willems Nr. 249.) Gehört der neueren Zeit an.

¶ 1, 4. misbaar, Lärm—2, 4. aêr für ander—4, 3. schakel, Klebegarn, Fischernetz—4, 4. hengelaar, Angelfischer—5, 1. toogen in Seeland und Flandern für toonen, zeigen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings