Dann ist guter Rath theuer!
Reading edition
1Als de jonghe meiskens hijlicken,
wat isser dan bereit?
een huilende schreiende kindeken,
datter in de wieghe leit.
2Een huilende schreiende kindeken,
daer toe een dronken man:
mijn beursken isser also plat van gheldeken,
ghesellekens, wat raet ons dan?
3Daer twee goe liefkens kijven
al om een pennincsbroot,
de liefde isser also cleine,
de hongher isser also groot.
Holländisch: Oudt Amst. LB., Schluss eines Liedes: Het reder een riddertje uit jaghen.
¶ 2, 4. wat raet, was Raths? was zu thun?