← Table of contents
Niederländische Volkslieder

Es ist nicht so böse gemeint.

Reading edition

1‘Ik wil van dezen avond

nog eens uit vrijen gaan:

om mijn zoete lief te spreken,

of mijn jonger hert zal breken,

moet ik voor haar venster staan.

2Slaapt gij of waakt gij,

mijn lief, mijn toeverlaat?

of legt gij in een droome,

zoo peist dog aan een perzoone,

die hier voor uw venster staat!’

3‘Ik slaaper en ik waaker

maar alzoo vaste niet.

ik hoor wel aan uw treuren,

gij meugt mij niet gebeuren,

ik en ben de liefste niet.’

4‘Klappers en klappeyen

die zaaien haren zaad.

ik zal u wel verwinnen,

zoete lief, verkeert uw zinnen,

want ik zoek eenigen raad.’

5‘Klappers en klappeyen

hebben ’t u niet gedaan.

gaat bij uw lief verheven

en die zal u wel troost geven!

blijft dog hier niet langer staan!’

6‘Lief, doet uw deurtjen open

al zonder quaad vermoen!

’t is alzoo kleine zaake,

ei lief, staat mij te spraake,

want gij zult mijn vriendschap doen.’

7‘Ik en wil mijn deurtjen

voor u niet open doen,

nog mijn venster niet ontsluiten,

stouten ruiter, staat er buiten,

kiest een ander die ’t gaarn doen.’

8‘Zoo mag ik dan wel wandelen,

zoo mag ik dan wel gaan

en dolen op der straaten.

lief, gij woudt mij niet inlaten,

en wat heb ik misdaan?’

9‘Wilt gij dan zoo gaan wandelen

en wilt gij dan zoo gaan?

keert nog eens herwaarts omme,

lief, ic zal u wel bij komen,

blijft nog een weinig staan!’

Holländisch: Thirsis Minnewit I. D. bl. 139.

¶ 2, 4. peizen, peinzen, denken—4, 1. klappers en klappeyen, Klatscher u. Klatscherinnen—5, 3. verheven, erhaben, edel—6, 2. quaad vermoen, böser Verdacht, Argwohn.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings