VIII.
Reading edition · Edition 2
Toen het diner was geëindigd, wilde Lewin zich met Kitty naar het salon begeven, maar hij vreesde, dat hij haar door haar zoo blijkbaar het hof te maken lastig zou vallen. Derhalve bleef hij in het gezelschap der heeren terug en nam deel aan het algemeen gesprek; maar zonder Kitty te zien, droeg hij toch kennis van haar bewegingen, van haar blik en de plaats, waar zij zich in het salon had nedergezet. Plotseling was het hem, alsof zij hem naderde; hij keerde zich om en zag haar werkelijk met Tscherbatzky in de deur staan en naar hem kijken. Hij stond op en ging naar haar toe.
"Ik dacht," zeide hij, "dat u zich aan de piano had gezet. Muziek is iets, dat mij op het land ontbreekt."
"Neen, wij zijn gekomen om u te roepen. Ik dank u, dat u gekomen zijt." En zij beloonde hem met een lach als met een geschenk. "Welk genoegen kan het u geven, hier te zitten strijden. Men overtuigt elkander toch niet."
"Ja, dat is waar," antwoordde Lewin. "Meestal strijdt men opgewonden voor eigen meening zonder te begrijpen, wat de tegenpartij bewijzen wil."
Tscherbatzky verwijderde zich van hem, en terwijl Kitty aan een opgeslagen speeltafeltje ging zitten, nam zij een stukje krijt in de hand en begon allerlei strepen en kringen op het groene doek te teekenen. In haar oogen lag een stille glans, en hij, zich geheel in haar toestand verplaatsend, gevoelde door geheel zijn wezen een immer sterker wordende, gelukkige spanning.
"Ik wilde u al lang iets vragen," zeide hij en ging naast haar zitten. Hij zag in een paar vriendelijke, hoewel verschrikte oogen.
"Ik bid u, vraag het."
"Hier!" zeide hij, nam het krijt en schreef de eerste letters van den volgenden zin:
"Toen u mij zeide: het kan niet zijn, beteekende dit nimmer of slechts toenmaals?"
Het was onmogelijk, dat zij dezen gecompliceerden zin zou begrijpen, maar hij zag haar zoo aan, alsof zijn leven er van af hing, dat zij deze woorden wist te raden.
Zij zag hem vrijmoedig aan, toen steunde zij nadenkend het gefronst voorhoofd met de hand en bestudeerde de letters. Een paar maal zag zij hem vragend aan: "Is het dat wel, wat ik denk?"
"Ik heb het verstaan," zeide zij eindelijk blozend.
"Wat beduidt dat woord?" vroeg hij en wees op de n, die "nimmer" moest beteekenen.
"Dat wil zeggen "nimmer," maar het is niet waar." Hij wischte het haastig weer uit en reikte haar het krijt over. Zij schreef T.k.i.n.a.a.
Dolly had zich reeds eenigszins van de bekommering, door haar gesprek met Karenin bij haar verwekt, hersteld, toen zij bij haar binnenkomst dadelijk deze beide gestalten aanschouwde. Kitty met het krijt in de hand, den schuchteren, gelukkigen blik naar boven op Lewin gericht, en zijn schoone over de tafel gebogen gestalte, zooals hij met schitterende oogen nu op haar, dan op de tafel nederzag.
Plotseling ontvlamden zijn oogen; hij had begrepen, dat de letters beteekenden: "Toen kon ik niet anders antwoorden."
Hij zag haar vragend en twijfelend aan: "Slechts toen?"
"Ja," antwoordde haar lach.
"En—en nu?" vroeg hij.
"Lees het maar. Ik schrijf datgene wat ik zeer wensch, zeer wensch."—Zij schreef de eerste letters van: "Ik verzoek mij te vergeven en het gebeurde te vergeten."
Hij greep het krijt en met een hand, die van opgewondenheid beefde, schreef hij: "Ik heb niets te vergeven en te vergeten; ik heb niet opgehouden u te beminnen."
Zij zag hem ademloos aan.
"Ik heb het begrepen," fluisterde zij.
Hij zette zich neder en schreef nu een lange phrase. Zij verstond alles, nam het krijt en antwoordde dadelijk.
Hij kon het een poos niet ontcijferen en zag haar dikwijls in de oogen. Het was hem of door louter zaligheid een verduistering over hem kwam; in de bekoorlijke, van geluk stralende oogen las hij alles, wat hij weten wilde. En nu schreef hij drie letters, maar hij had ze nog niet voltooid toen zij ze reeds ontraadseld had en tot antwoord schreef: "Ja."
"Je schijnt hier secretarisje te spelen?" vroeg de oude vorst, die hen was genaderd. "Maar we moeten opbreken, als je nog bij tijds in den schouwburg wilt zijn."
Lewin stond op en geleidde Kitty tot aan de deur.
In hun spel was alles gezegd; hij wist, dat zij hem beminde en dat zij haar ouders zeggen zou, dat hij morgen komen wilde.