XXIV.
Reading edition · Edition 2
Op dit oogenblik spreidde een der dienstdoende geestelijken een groot stuk rooskleurige stof op den vloer, terwijl het koor een moeielijk uit te voeren psalm aanhief, waarin de bas en tenor elkander antwoordden; de priester gaf het bruidspaar een teeken door naar het tapijt te wijzen.
Zij kenden beiden het vooroordeel, dat wil, dat diegene der echtgenooten, wiens voet het eerst het tapijt betreedt, de werkelijke heerschappij krijgt in het huisgezin, maar noch Lewin noch Kitty herinnerden zich deze omstandigheid. De vreemdsoortige opmerkingen rondom hen ontgingen evenzeer hun aandacht.
Een nieuwe handeling van den dienst begon. Kitty luisterde naar de gebeden en trachtte ze te begrijpen zonder dat haar dit gelukte. Hoe meer de ceremonie voortging, hoe meer haar hart overvloeide van blijdschap, die haar belette er haar aandacht op te vestigen.
Men bad God voor de gehuwden om de gaven der wijsheid en eener talrijke nakomelingschap, men herinnerde hen, "dat de eerste vrouw was geschapen uit een rib van Adam," "dat de vrouw vader en moeder moest verlaten om haar man aan te hangen"; men bad God "hen te zegenen als Izaak en Rebecca, als Mozes en Sippora, en hen kinderen te doen aanschouwen tot in het derde en vierde geslacht."
Toen de priester de kransen aanbood en Tscherbatzky dien van de jonge vrouw met zijn handschoen met drie knoopen bevende vasthield, beduidde men hem fluisterend van verschillende kanten, dat hij hem Kitty op het hoofd moest zetten.
"Zet hem mij op," fluisterde deze glimlachend.
Lewin zag naar haar zijde en getroffen door den blijden glans van haar gelaat, gevoelde hij zich, even als zij, gelukkig en verruimd.
Zij luisterden met blijdschap in het hart naar het lezen van het hoofdstuk en het rollen der stem van den diaken bij de laatste woorden, die zeer gewaardeerd werden door het vreemde publiek, dat ze met ongeduld verwachtte. Zij dronken met vreugde den wijn met water, die half warm in den beker was gegoten, en volgden bijna vroolijk den priester toen hij hen rondom den lessenaar voerde, hun handen in de zijne houdende. Tscherbatzky en Tschirikow volgden het paar, eveneens glimlachend en telkens struikelende over den sleep van Kitty's japon. De glans van vreugde, op Kitty's gelaat ontstaan, scheen zich aan de aanwezigen mede te deelen. Lewin was overtuigd, dat de priester en de diaken er evenzeer den indruk van ondergingen als hij.
Nadat de kransen waren afgenomen, las de priester de laatste gebeden en wenschte het jonge paar geluk. Lewin zag Kitty aan en meende haar nimmer zoo schoon gezien te hebben; het was de schoonheid van haar jubelend innerlijk wezen, die haar bestraalde; hij wilde spreken, maar hield zich stil, vreezende, dat de ceremonie nog niet was geëindigd. De priester zeide hem zacht met een goedigen lach:
"Omhels uw vrouw, en gij, omhels uw man," en nam hem de kaarsen uit de handen.
Lewin omhelsde zijn vrouw met omzichtigheid, nam haar arm en met den nieuwen en vreemden indruk van geheel met haar te zijn vereenigd, verliet hij de kerk. Hij had tot hiertoe niet gedacht aan de werkelijkheid van al wat nu gebeurd was, en begon er eerst geloof aan te slaan toen hun verwonderde en schuchtere blikken elkander ontmoetten; hij besefte nu, dat zij nu wel werkelijk slechts één geheel uitmaakten.
Denzelfden avond vertrokken de jonggehuwden naar het land.