← Table of contents
Anna Karenina

XVII.

Reading edition · Edition 2

Wronsky logeerde in een tamelijk ruime en zindelijk gehouden boerenhut, die twee vertrekken had. Petritzky woonde ook hier in het kamp met hem samen. Toen Wronsky met Jawschin de hut binnen kwam, sliep hij nog.

"Opstaan! Genoeg geslapen!" riep Jawschin, die achter het schot was gegaan, en schudde den ruigharigen Petritzky, die met zijn neus in het hoofdkussen lag gedrukt.

Petritzky sprong dadelijk verschrikt op de knieën en keek in het rond.

"Je broer is hier geweest en heeft mij gewekt.—Haal hem de duivel! heeft hij gezegd, en hij wil terugkomen."

En terwijl hij de dekens weer om zich trok, wierp hij zich op nieuw in de kussens.

"Laat 't toch, Jawschin!" riep hij geërgerd uit, toen deze hem de dekens aftrok. "Laat mij toch met rust!" Hij keerde zich om en opende de oogen. "Zeg mij liever wat ik drinken moet. Ik heb een akeligen smaak in de keel…."

"Het best is een borrel!" zeide Jawschin op diepen bastoon. "Tareschenka! een glas brandewijn en augurken voor mijnheer!" riep hij toen; hij hield er blijkbaar van, zelf zijn stem te hooren.

"Een borrel, dunkt je?" vroeg Petritzky, het voorhoofd en de oogen wrijvende. "Drink je mede? Goed, dan drinken we samen. Drink je ook, Wronsky'?" Hij stond op en wikkelde zich tot onder de armen in een gebloemde deken. "Er was eens een koning in Thule," zong hij in het Fransch en kwam van achter het beschot te voorschijn. "Wil je meedrinken, Wronsky?"

"Och, loop naar den duivel!" antwoordde deze en trok een andere jas aan, die zijn oppasser hem aanreikte.

"Waarheen nu?" vroeg Jawschin, daar op dit oogenblik het driespan voor kwam.

"Naar de stallen; ook naar Briansky moet ik nog wegens de paarden," antwoordde Wronsky.

Hij sprak de waarheid. Hij wilde inderdaad nog naar Briansky, die tien werst van Pargalowo woonde, om hem het geld voor de paarden te overhandigen. Maar de vrienden begrepen dadelijk, dat Briansky niet het eenige doel van zijn rit was. Petritzky ging voort met zingen, pinkte met de oogen tegen Jawschin en spitste de lippen, alsof hij zeggen wilde: "Wij weten wel, welk een Briansky dat is!"

"Verlaat je maar niet!" vermaande Jawschin en ging toen, om het gesprek af te leiden, onmiddellijk voort: "Hoe maakt het de roodschimmel?"

"Halt!" riep Petritzky achter den naar buiten gaanden Wronsky: "Je broeder heeft een briefje voor je achter gelaten! Maar wacht, waar heb ik het toch gelaten?"

Wronsky bleef staan. "Waar is het?"

"Ja, waar is het? Dat is de vraag," antwoordde Petritzky nadenkend en legde den vinger tegen den neus.

"Zeg het dan toch! Wees toch niet zoo zot!" zeide Wronsky.

"In de kachel heb ik het niet gestoken. Hier ergens moet het zijn."

"Nu, klets toch geen onzin. Waar is het briefje?"

"Waarachtig, ik ben het vergeten. Of zou ik het maar gedroomd hebben? Wacht een oogenblik. Erger je toch zoo niet. Als je gisteren, zooals ik, vier flesschen den kop had afgeknepen, zou je vergeten zijn, waar je zelf had gelegen. Maar wacht even, 't zal mij dadelijk wel te binnen schieten."

En hij liep achter het beschot terug en ging weer in 't bed liggen.

"Zoo lei ik en daar stond hij. Ja, ja, ja…. Hm! zie je? Daar is het!" en hij haalde van onder de matras het briefje te voorschijn, dat hij daar bewaard had.

Wronsky nam het briefje; het was, zooals hij verwacht had, van zijn moeder, en daarbij lag een briefje van zijn broeder, die hem schreef, dat hij hem noodzakelijk moest spreken. Wronsky wist, dat het steeds dezelfde zaak betrof. "Wat gaat het hun aan?" dacht hij en stak den brief weg om hem onderweg opmerkzamer te lezen.

"Wronsky!" riep iemand, toen hij reeds in het voorhuis was gekomen, achter hem.

"Wat?"

"Je moet eerst het haar laten knippen; dat weegt anders te zwaar, vooral op den schedel."

Wronsky begon inderdaad op den schedel al wat kaal te worden. Hij lachte vroolijk, liet zijn witte tanden zien en de muts over de kale plek schuivend, ging hij het huis uit en sprong in zijn kales.

"Naar de stallen!" luidde zijn bevel en hij nam de brieven om ze te lezen, maar bedacht zich weer en las ze niet, om zich niet op te winden, voor hij zijn paard had gemonsterd.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings