XV.
Reading edition · Edition 2
Men hoorde schreden en een mannenstem, toen de stem eener dame en gelach, en onmiddellijk daarop kwamen de verwachte gasten binnen: Sappho Stolz en de blozende, welgedane Waszka; men kon het hem aanzien, dat zijn voedingsmethode door middel van half rauw vleesch, aardappels en Bourgondiër hem goed bekwam. Waszka boog voor de dames en fixeerde haar, maar slechts een oogenblik. Toen trad hij weer achter Sappho en volgde haar, alsof hij aan haar vastgeketend was; hij wendde zijn schitterende oogen niet van haar af, alsof hij haar verslinden wilde. Sappho Stolz was blond en had zwarte oogen. Zij naderde met korte, vaste schreden en drukte de dames op mannelijke manier krachtig de hand.
Anna had tot hiertoe deze nieuwe beroemdheid nog niet gezien en was getroffen door haar schoonheid, haar bovenmate excentriek toilet en door de koene vrijheid, waarmede zij optrad. Betsy haastte zich haar en Anna aan elkander voor te stellen.
"Denk eens, wij hebben bijna twee soldaten overreden," begon zij dadelijk te vertellen, terwijl zij Anna toeknikte en haar sleep achter zich in orde bracht. "Ik reed met Waszka … ach ja, u kent hem toch niet…." En terwijl zij toen zijn familienaam noemde, bloosde zij en lachte verlegen, omdat zij tegenover een haar tot hiertoe onbekende hem Waszka had genoemd. Maar Waszka wendde zich dadelijk tot Sappho: "U heeft de weddingschap verloren. Wij zijn de eersten. Derhalve moet u betalen," zeide hij lachend.
Sappho lachte overmoedig: "Maar toch niet op staanden voet?"
"Dat is hetzelfde, dan krijg ik het later."
"Goed, goed!—Ach ja," wendde zij zich plotseling tot de gastvrouw, "wat ik vergeten heb: Ik heb u nog een gast medegebracht. Daar is hij!"
De onaangemelde jonge gast, dien Sappho medegebracht en intusschen vergeten had, was zulk een voorname gast, dat in weerwil van zijn jeugd de beide andere dames toch opstonden en hem welkom heetten. Het was Sappho's nieuwste aanbidder, die even als Waszka haar op elke schrede volgde.
Weldra verschenen ook vorst Kaluschky en Lisa Merkalow met Stremow. Lisa was een slanke brunette met een trage oostersche gelaatsuitdrukking, maar met bekoorlijke, gelijk allen ze noemden "onuitsprekelijke" oogen. Haar donker toilet, dat Anna dadelijk opmerkte en waardeerde, harmoniëerde geheel met haar schoonheid. Naar Anna's smaak was Lisa veel aantrekkelijker dan Sappho. Kort te voren had Betsy bemerkt, dat zij coquetteerde met den schijn en toon van een onwetend kind. Maar bij den eersten blik was Anna overtuigd, dat dit niet juist was. Zij was in werkelijkheid een onwetende, bedorven, maar aanvallige en zachte jonge vrouw; haar uiterlijk optreden was geheel aan dat van Sappho gelijk; even als deze, volgden ook haar, als vastgebonden, twee aanbidders, een jonge en een oude, maar in haar houding was iets, dat haar boven haar omgeving verhief; zij had den glans van een echten diamant, te midden van slechte Boheemsche steenen. Deze glans lichtte uit haar schoone, inderdaad niet te beschrijven oogen. De matte en toch zoo hartstochtelijke blik dezer van donkere kringen omschaduwde oogen frappeerde door zijn oprechtheid. Ieder, die in deze oogen zag, was overtuigd, dat hij haar geheel moest leeren kennen en lief krijgen. Toen zij Anna zag, verhelderde een blijde verrassing haar gelaat.
"O, wat verheug ik mij, u te leeren kennen," zeide zij op haar toegaande; "gisteren, onder den wedren, wilde ik u juist opzoeken, maar toen was u al weggereden. Ik wilde u zoo gaarne spreken, juist gisteren. Niet waar? dat was ontzettend?" en zij zag daarbij Anna aan met een blik, die haar geheele ziel scheen te openen.
"Ja, ik was er in het geheel niet op voorbereid, dat het zoo aangrijpend zijn konde," antwoordde Anna en bloosde.
Op dit oogenblik stond het gezelschap op en begaf zich naar den tuin.
"Ik ga niet," zeide Lisa en nam naast Anna plaats; "u gaat toch ook niet. Wie zou nu willen crocketspelen?"
"Ik houd er anders wel van," zeide Anna.
"Hoe maakt u het toch om u niet te vervelen? Als men u aanziet, gaat iemand het hart open. U geniet het leven en ik verveel mij."
"Hoe kan u zich vervelen? U behoort tot den interessantsten kring van Petersburg," zeide Anna.
"Het is mogelijk, dat voor hen, die niet tot ons behooren, het leven nog vervelender is, maar wij, ik tenminste ben in het geheel niet lustig te moede, altijd verveling, schrikkelijke verveling."
Sappho had intusschen een cigarette aangestoken en ging met haar beide satellieten den tuin in. Betsy en Stremow bleven bij de theetafel zitten.
"Hoe kunt ge van verveling spreken?" zeide Betsy. "Sappho vertelde, hoe goed zij zich allen gisteren bij u geamuseerd hebben!"
"Ach, ijselijk vervelend!" antwoordde Lisa. "Na den wedren waren ze allen bij mij gekomen. Maar allen dezelfden, altijd dezelfden en immer hetzelfde. Den geheelen avond hebben wij zoowat op de sopha's zitten geeuwen. Is dat nu zich goed amuseeren? Neen, hoe maakt u het toch om u niet te vervelen?" wendde zij zich weer tot Anna. "Men behoeft u maar aan te zien om te weten, dat u een vrouw is, die wel gelukkig of ongelukkig zijn kan, maar die zich nimmer zal vervelen. Zeg mij eens, hoe u dat aanlegt?"
"Ik leg in het geheel niet aan," antwoordde Anna over deze indringende vraag blozend.
"Dat is ook het best," mengde Stremow zich in het gesprek.
Stremow was een man van vijftig jaar, reeds grijs en niet schoon, maar nog frisch en met een verstandig gelaat vol uitdrukking. Lisa Merkalow was de nicht zijner vrouw en hij bracht bijna al zijn vrijen tijd bij haar door. Bij zijn ontmoeting met Anna Karenina, wier echtgenoot in de politiek zijn heftigste tegenstander en in ambtelijk opzicht zijn rival was, beijverde hij zich als een ervaren en verstandig man van de wereld, tegen haar bizonder beminnenswaardig te zijn.
"Er in 't geheel niets tegen doen," zeide hij met zijn fijn lachje tot Lisa, "dat is het beste middel. Ik heb het u altijd gezegd: om zich niet te vervelen, moet men er niet aan denken, of men zich verveelt. Dat is hetzelfde als met de slapeloosheid. In de meeste gevallen slaapt men niet in, omdat men vreest niet te kunnen inslapen. Dat is het, wat Anna Arkadiewna u gezegd heeft."
"Neen," sprak Anna afwerend, "ik zou mij verheugen, als ik mij zoo geestig had weten uit te drukken."
Daar hij Anna zelden ontmoette, had hij met haar over niets anders dan over algemeene zaken te spreken; maar in alles toonde hij, dat hij wenschte haar te behagen en haar zijn hoogachting en vereering te bewijzen.
Tuschkewitsch trad binnen. Hij berichtte, dat het overig gezelschap op de crocketspelers wachtte.
"Neen, ga toch nog niet heen," smeekte Lisa, toen zij vernam, dat Anna wilde wegrijden, en Stremow stemde met haar in.
"Dat is een groot contrast," zeide hij, "van hier naar de oude Wrede! En buitendien: u geeft haar slechts gelegenheid haar boosheid te luchten, terwijl u hier slechts goede gevoelens opwekt, die alle malice buiten sluiten."
Anna was een oogenblik besluiteloos. De vleierijen van dien schranderen man, Lisa's oprechte hartelijkheid, deze geheele luchthartige omgeving, alles was zoo aangenaam, en datgene wat haar wachtte, was zoo zwaar, dat zij een oogenblik wankelde, of zij niet het moeielijk oogenblik der beslissing nog zou verschuiven. Maar bij de voorstelling van datgene, wat te huis voor haar op handen was, als zij nu geen besluit nam, besliste zij, nam afscheid en reed heen.