← Table of contents
Anna Karenina

XXXIII.

Reading edition · Edition 2

"Ik meende," dacht hij verder, "door koele bespiegelingen te zijn ingedrongen in de geheimen der natuur en het probleem van het menschelijk leven tot zekere hoogte te hebben opgelost. Doen ook de wijsgeeren niet zoo met hun stelsels? En ziet men niet duidelijk in de onthulling van elke theorie eenigszins de beteekenis van het menschelijk leven aangewezen zooals de boer Fedor ze opvat? Zij komen er altijd minder of meer toe, maar dikwijls door een dubbelzinnige redeneering. Laat ons eens overgelaten zijn aan onze rede, aan onze driften, zonder de kennis van onzen Schepper, zonder het zedelijk besef van goed en kwaad…. Welke uitkomst zouden wij verkrijgen? Men werpt soms zijn geloof over boord, omdat men er van verzadigd meent te zijn en als de kinderen, die de waarde van hetgeen zij genieten niet inzien, hunkert men naar iets nieuws, dat in valschen glans schittert en waarmede men zich toch niet voeden kan. Ik, een Christen, opgevoed in het geloof, bevoorrecht met de weldaden van het Christendom, zonder er het rechte besef van te hebben gehad, ik heb getracht de essence van mijn leven te vernietigen…. Maar in de uren van lijden en smart heb ik tot Hem geroepen, die de bron van alle licht en leven is, en ik hoop, dat mijn gevaarlijke opstand tegen Hem mij is vergeven."

"Neen, de rede heeft mij niets geleerd; wat ik weet is mij gegeven, is te voorschijn gebracht uit het gemoed en door het geloof van het Christendom."

"De kerk?" hernam hij, zich omkeerende en ziende naar een troep vee, die naar de rivier ging. "Kan ik waarlijk alles gelooven, wat de kerk leert?" vroeg hij zich zelf en kwam op een punt, dat zijn verkregen rust eenigszins verstoorde. En hij herinnerde zich de dogma's, die hem zoo vreemd hadden toegeschenen…. "De schepping …. Maar hoe verklaart zij het bestaan? De duivel?… Hoe wordt hierdoor het kwaad verklaard?… De verlossing door het kruis en door boetedoeningen?… De dogma's der kerken," dacht hij, "leggen aan millioenen menschelijke wezens, die de aarde bevolken, jongen en ouden, boeren en keizers, geleerden en onwetenden, de verplichting op dezelfde begrippen te hebben, om er dat in- en uitwendig leven uit samen te stellen, dat alleen waard is beleefd te worden…. Maar leven voor God, voor de waarheid, voor zijn ziel, dit is immers wat de stichter van het Christendom heeft gewild. De groote waarheden door Hem ons verkondigd staan boven de bizondere dogma's der kerkgenootschappen. Ik wil slechts naar Hem hooren, door wien de Godheid tot de menschheid heeft gesproken."

Op den rug gelegen, beschouwde hij den hemel boven zich.

"Ik weet wel," dacht hij, "dat dit de oneindige ruimte is en niet een blauw gewelf, dat boven mij is uitgespannen,—maar mijn oog dringt niet door dat schijnbaar rond gewelf. De blik van Hem, die verder zag, moet zijn telescoop zijn."

Lewin eindigde zijn overpeinzing; hij hoorde een geheimzinnige stem, die zich blijmoedig verhief in zijn binnenste.

"Is dat waarlijk geloof?" vroeg hij zich zelf. "Hoe dankbaar ben ik, mijn God, voor het licht, dat Gij mij aanvankelijk hebt geschonken na het ronddolen in nevel en duisternis."

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings