← Table of contents
Anna Karenina

II.

Reading edition · Edition 2

Een van de redenen, die Anna bewogen hadden naar Rusland terug te keeren, was het verlangen naar haar zoon. Sedert den dag, dat zij uit Italië teruggekeerd waren, had de gedachte, dat zij hem weer zou zien, haar niet verlaten. Hoe meer zij Petersburg naderden, des te grooter scheen haar de vreugde en de beteekenis van dit wederzien. Zij vroeg zich af, hoe haar dit zou gelukken; het scheen haar zoo eenvoudig en natuurlijk, als zij met hem in dezelfde stad was. Maar reeds terstond na haar aankomst in Petersburg werd haar haar tegenwoordige verhouding tot de wereld duidelijk en zij begon in te zien, dat het lang niet gemakkelijk zou zijn haar zoon te zien.

Reeds twee dagen was zij in Petersburg geweest en de gedachte aan haar zoon had haar geen oogenblik verlaten, maar nog had zij hem nergens gezien. Hem in zijn huis te bezoeken, waar zij Alexei Alexandrowitsch zou kunnen ontmoeten, daar had zij het recht niet toe. Men zou haar kunnen afwijzen en beleedigen. Aan haar man te schrijven was haar een kwellende gedachte. Haar zoon eens toevallig op een wandeling te ontmoeten was haar niet voldoende; zij had zich zoo op dit weerzien voorbereid, zij had hem zooveel te zeggen, zij wilde hem omarmen en kussen! Serëscha's oude kindermeid had haar met raad en daad kunnen bijstaan, maar deze woonde niet meer bij Karenin. Met dergelijke overleggingen waren twee dagen voorbijgegaan.

Den derden dag eindelijk, nadat zij de betrekking tusschen gravin Lydia Iwanowna en Alexei Alexandrowitsch vernomen had, besloot zij aan deze een brief te schrijven, die haar zeer veel zelfbeheersching kostte en waarin zij met opzet liet doorschemeren, dat de toestemming om haar zoon te zien van de grootmoedigheid van Alexei Alexandrowitsch zou afhangen, want zij wist, dat, indien hem deze brief in handen kwam, hij niet zou kunnen weigeren zijn begonnen grootmoedige rol te spelen.

De bode had haar het minst verwachte en wreedste bericht teruggebracht, dat zij geen antwoord zou ontvangen. Dat vond zij verschrikkelijk. Nog nooit had zij zich zoo vernederd gevoeld als bij het verhaal van den bode van zijn ontvangst, zijn lang wachten en het eindelijk ontvangen bericht, dat men geen antwoord zou geven; maar zij begreep, dat de gravin van haar standpunt gelijk had. Haar smart was des te grooter, nu zij die alleen moest dragen; zij kon en wilde die Wronsky niet mededeelen. Zij wist, dat voor hem, die toch de hoofdoorzaak van haar ongeluk was, een ontmoeting met haar zoon van weinig belang was; zij wist, dat hij nooit in staat zou zijn haar gevoel te begrijpen; zij wist, dat zij hem haten zou om den koelen toon, waarop hij hiervan zou spreken, en dit vreesde zij het allermeest en hield het zorgvuldig voor hem geheim. Zij bleef den geheelen dag thuis en peinsde op middelen om haar zoon te kunnen zien. Eindelijk besloot zij aan haar man zelf te schrijven. Zij had den brief reeds af, toen haar een brief van gravin Lydia gebracht werd. Had het zwijgen der gravin haar vernederd, de brief en alles, wat zij tusschen de regels las, beleedigde en griefde haar zoo zeer, deze boosaardigheid tegenover haar hartstochtelijke, rechtmatige teederheid voor haar zoon scheen haar zoo vreeselijk toe, dat zij nu nog slechts toorn tegen anderen gevoelde en ophield zich zelf aan te klagen.

"Deze koelheid is een verloochening van hun gevoel! Zij willen mij alleen beleedigen en het kind martelen, opdat ik mij aan hen onderwerp. Maar dit in geen geval! Zij zijn slechter dan ik, want ik veins ten minste niet!" En terstond besloot zij morgen, op haar zoons verjaardag, rechtstreeks naar het huis van haar man te rijden, de bedienden om te koopen of te misleiden en het ging hoe het ging, haar zoon te zien en dit afschuwelijk samenweefsel van leugens, waarmee zij het kind omsponnen, voor hem te ontwarren.

Zij begaf zich naar een speelgoedwinkel, kocht wat speelgoed en vormde haar plan. Zij wilde reeds 's morgens om acht uur, als Alexei Alexandrowitsch zeker nog sliep, er heen rijden, geld in de hand nemen om dit den portier en den bediende te geven en hun zeggen, dat zij uit naam van een van Serëscha's peetooms hem kwam gelukwenschen, en dat haar uitdrukkelijk was opgedragen het speelgoed voor zijn bed te zetten. Zij overlegde ook bij zich zelf, met welke woorden zij haar zoon zou verklaren, waarom men hen gescheiden had.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings