VII.
Reading edition · Edition 2
Tegen het einde van Mei ontving zij een antwoord van haar man op haar klachten wegens al wat op het landgoed ontbrak. Hij maakte allerlei verontschuldigingen en beloofde, zoodra het hem mogelijk was over te komen. Maar deze mogelijkheid scheen voor hem niet te willen aanbreken, want nog in Juni was Dolly alleen op het land.
Op een Zondag, den dag van den heiligen Petrus, reed zij naar de kerk om haar kinderen het heilig avondmaal te laten geven. Zij had reeds eenige dagen te voren overwogen, hoe zij de kinderen bij die gelegenheid zou kleeden. De kleedingsstukken waren genaaid, gekeerd en gewasschen, de zoomen en vouwen uitgelegd, de knoopen vastgehecht, de strikken terecht gestoken. 's Morgens ten negen ure,—zij had den pope verzocht het begin van den kerkdienst tot dat oogenblik uit te stellen—stonden de feestelijk gekleede kinderen van vreugde stralend op het voorplein voor de kales en wachtten op hun moeder. In plaats van het statig ros, had men op raad van Maria Filimonowna den bruine van den opzichter voorgespannen, en eindelijk verscheen Darja Alexandrowna in een wit mousselinen kleed en nam plaats in het rijtuig.
Zij had zich zorgvuldig gefriseerd en gekleed. Vroeger was zij nauwlettend op haar toilet om haar zelfs wil, om er goed uit te zien en te behagen; toen, hoe ouder zij werd, stelde zij steeds minder belang in sierlijke kleeding; zij bespeurde slechts, hoeveel onbevalliger zij was geworden. Nu echter kleedde zij zich weer met genoegen en met zorg. Zij deed het nu niet meer om haar zelfswil en niet om haar schoonheid, maar om als moeder harer bevallige kinderen den totalen indruk niet te bederven. En toen zij zich de laatste maal in den spiegel had beschouwd, was zij met zich zelf tevreden. Zij was schoon, niet zooals vroeger op de bals, maar schoon genoeg voor het doel, dat zij nu voor oogen had.
In de kerk was niemand buiten de boeren en hun vrouwen. Maar het scheen Dolly toe, alsof zij met de kinderen een algemeene bewondering verwekte. De kinderen waren niet slechts schoon, maar gedroegen zich ook aardig. Wel stond Alëscha (uitspraak Aleosja) nooit stil, maar draaide altijd heen en weer, doch hij was toch een allerliefste jongen. Tania stond daar als een volwassene en zag naar de kleintjes. Maar de jongste, Lili, was in haar naïve bewondering van alles wat zij zag verrukkelijk en het was moeielijk niet te lachen als zij na ontvangst van het avondmaal zeide:
"Please some more."
Te huis ging ook alles goed. Alleen begon Grischa te fluiten onder het ontbijt en, wat nog erger was, hij wilde de Engelsche gouvernante niet gehoorzamen, toen deze het hem verbood. Daarom kreeg hij niets van de zoete koek. Als Dolly te huis was geweest, zou zij op dezen dag zulk een straf niet hebben toegelaten; maar zij moest het eenmaal door de Engelsche vastgestelde billijken. Daardoor werd de algemeene vreugde wat verstoord. Grischa weende en zeide, dat Nicolinko ook had gefloten en dien had men niet gestraft; hij weende ook niet om de koek, dat kon hem niet schelen, maar omdat men tegen hem onrechtvaardig was. Dat was nu al te treurig en Dolly besloot, nadat zij met de Engelsche overlegd had, Grischa te vergeven en ging derhalve naar hem toe.
Toen zij echter de zaal binnen trad, aanschouwde zij een tafereel, dat haar hart met blijdschap vervulde en haar de tranen in de oogen deed komen. De kleine misdadiger zat daar op een vensterbank en naast hem stond Tania met een bord. Onder voorwendsel, voor haar poppen een diner te willen aanrichten, had zij van de gouvernante verlof gevraagd haar portie koek mede naar de kinderkamer te mogen nemen; maar zij bracht de koek dadelijk naar haar broeder. Deze, nog steeds voortgaande te weenen en over de onrechtvaardigheid te klagen, at de koek en zeide snikkend:
"Eet jij ook. Laten we samen eten … samen …"
Eerst had het medelijden met haar broeder, toen het bewustzijn harer goede daad op Tania gewerkt en tranen stonden in haar oogen, maar zij zeide niets en at haar gedeelte op.
Toen zij hun moeder zagen, waren zij eerst zeer verschrikt, maar toen zij haar oplettender aankeken, bemerkten zij, dat zij goed hadden gehandeld, en begonnen te lachen en met den mond vol koekjes wischten zij zich met de handen de lippen af en besmeerden hun van tranen en ingelegde vruchten blinkende gezichten.
"O hemel! Het nieuwe witte kleed! Tania! Grischa!" riep de moeder uit en beijverde zich het kleedje te redden. Maar zij lachte met tranen in de oogen.
De nieuwe kleederen werden uitgetrokken, de meisjes moesten weer haar daagsche blouses en de jongens hun gewonen kielen aantrekken; toen werd de laneika aangespannen—tot spijt van den opzichter weer met den bruine—om eerst naar het bosch te rijden om paddestoelen te zoeken en dan naar het badhuisje. Het was niet gemakkelijk, op alle kinderen tegelijk acht te geven, onder allen de orde te bewaren en aan alle kousen, broekjes en schoenen te denken, alle banden los te maken en weer toe te binden; maar voor Darja Alexandrowna was er geen grooter genot, dan zoo met haar kleintjes te samen te baden, al die kleine dikke beentjes vast te houden om ze de kousjes af te trekken, dan deze naakte lichaampjes op den arm te nemen, in het water te dompelen, hun vroolijk en verschrikt gescheeuw te hooren en deze naar adem hijgende, plassende cherubims met hun wijd geopende oogen en angstige en vroolijke gezichten te aanschouwen.