XI.
Reading edition · Edition 2
Toen Karenin Petersburg naderde, was hij in zoover tot een besluit gekomen, dat hij reeds in zijn hoofd een brief gereed had, dien hij onmiddellijk aan zijn vrouw wilde zenden. Toen hij de kamer van den portier binnen kwam, zag hij het eerst de brieven en acten, die men van het ministerie gebracht had en liet ze in zijn kabinet brengen. Hier ging hij toen eenige malen op en neder en bleef daarop voor zijn schrijftafel staan. Na een kort overleg ging hij zitten en schreef onafgebroken; hij schreef in het Fransch om het woord "vous" te kunnen bezigen, daar het niet zulk een koud karakter had, als het Russische "u":
"Bij ons laatste onderhoud beloofde ik, u mijn besluit te zullen mededeelen. Nadat ik alles nauwgezet overlegd heb, volbreng ik hiermede mijn belofte. Ik ben tot het volgende besloten: Welke ook uw daden zijn mogen, ik acht mij niet gerechtigd den band te verbreken, door welken een hoogere macht ons vereenigd heeft. De familie mag niet onder de luimen, de zelfzucht of de misdaad van een der echtgenooten lijden; ons leven moet derhalve verder evenzoo voortgaan als tot hiertoe. Dat is noodig voor mij, voor u, voor onzen zoon. Ik ben vast overtuigd, dat gij berouw zult hebben over hetgeen de aanleiding tot dezen brief is geworden, en dat u mij helpen zal het gebeurde in de vergetelheid te begraven. In het tegenovergestelde geval kan u zelf zich voorstellen, wat u en uw zoon staat te wachten. Maar daarover hoop ik mij in een persoonlijke bijeenkomst uitvoeriger te kunnen uitlaten. Daar het seisoen voor het verblijf op het land ten einde loopt, verzoek ik u zoo spoedig mogelijk naar Petersburg te verhuizen, bepaald niet later dan aanstaanden Dinsdag. Alle noodige beschikkingen zijn gemaakt. Ik verzoek u in aanmerking te nemen, dat ik aan de vervulling van mijn wensch een bizonder gewicht hecht.
A. KARENIN.
P.S. Ik voeg hierbij wat geld voor uw uitgaven."
Hij schelde.
"Geef dezen aan den koerier," zeide hij, terwijl hij opstond, "om hem morgen aan Anna Arkadiewna op het landhuis te brengen."
"Om u te dienen. Verkiest Uw Excellentie thee in het kabinet?"
Alexei Alexandrowitsch liet zich de thee daar hoen brengen en ging, met het vouwbeen spelend, naar zijn leunstoel. Tegenover dezen was op de schrijftafel reeds een aangestoken studeerlamp neergezet en een opengeslagen Fransch boek lag er bij. De stoel stond juist tegenover een schoon uitgevoerd portret van Anna. Zijn blik vestigde zich op de beeltenis. De ondoorgrondelijke oogen zagen hem vermetel en ironisch aan, juist als op dien avond hunner uiteenzetting. Karenin huiverde, zijn lippen beefden en mompelden onwillekeurig: "Brrr!" Hij wendde den blik af, ging zitten en zag in het boek. Hij trachtte te lezen, maar zijn gedachten zwierven af. Niet aan zijn vrouw dacht hij, maar aan eenige bezwaren, die op het gebied zijner ambtsbezigheid, die hem zoo geheel in beslag nam, ontstaan waren. Hij nam een potlood en een stuk wit papier en bedekte het met aanteekeningen. Onder deze werkzaamheid kreeg zijn gelaat weer een levendiger kleur. Toen hij het papier had beschreven, stond hij op, schelde en gaf het den bode over om het ter uitvoering naar de beambten zijner kanselarij te brengen. Daarop ging hij eenige malen zijn kamer op en neer, beschouwde andermaal het portret en lachte minachtend. Nadat hij nog een korte poos had gelezen, ging hij om elf uur naar bed en terwijl hij hier nog eens het tusschen hem en zijn vrouw voorgevallene overdacht, scheen het hem lang zoo donker niet meer toe als te voren.