IX. Volkeren-Morgen.
Reading edition
Di tempels soms van ’t Toekomst-Land mij leken
En dan m’een plechtig Zondags-bong’len zonden,
Met drang van koorgezang mijn ziel doorstreken.
’k Wil met den stouten waan der Slaven breken,
Di Ruslands wereldheerschappij verkondden,
Want reeds zi ’k in mijn vlucht naar verder streken
Ook den Mongool een mateloos Rijk zich gronden.
’t Is me of daar troostend de pagoden-torens
Hun luifels voor geknechte volken breiden,
Moed schenken door ’t opspitsen hunner horens
Al wi ook dáár een niwen dag verbeiden
En reeds hun schellen met de randen schouwen
Naar d’Aarde in aller Volkeren morgen-blauwen.