← Table of contents
Japanse Verzen

XXXIII. Licht.

Reading edition

Hier—toen in ’t Westen nog de dichters zegen

Voor ’t Kruis, hun heir in wolken wirook zonk,

Hun in de Katedraal weer ’t hoofd genegen,

Van het Geloof slechts arm’lik kaarsgloed blonk,—

Sloeg uit mijn borst een brand het Oosten tegen

Als bloem van vuur, di open door den dronk

Van zon met oog-, en hand-kelk—in een regen

Van goud geheven—al zijn vlammen schonk

Aan ’t Licht der Wetenschap, dat uitgewajerd,

Geweldig als in Japans oorlogsvlag,

Weer joeg door den eind-eewsen nevel-bajerd,

Door ’t wapperend, vorstelik Violet omlajerd,

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings