← Table of contents
Japanse Verzen

XXIII. Avondstond.

Reading edition

En ’s avonds tussen meen’ge kamerwand

Kilwit gelijk de parelblanke Maan,

Als hij vol, ouwelplat, in ’t blauw zijn rand

Scherpt, vlamt om ’t doodstil zwart of hoogrood staan

Gekelk van lotuskoele, lichte blaân

Van teer porselein, waar kleiner meer in spant,

Naar moesmé’s in ’t spits uitgesneden kleed,

Dat kartelend als gebloemt de vloer bebreed,

Dan rozebloost deurlat-geruit en muur

Van lampions, bemorsd met rood, als vloejt

In huis aan huis weerschijn van ’t lotus-vuur,

Dat zacht en vroom voor ’t beeld van Boeddha gloejt.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings