← Table of contents
Japanse Verzen

XIX. ’t Verloren Eden.

Reading edition

Waar rozig lotus en flamingo gloejden,

Uit bladerheuvelen palmen-vederen sproejden,

Oranje-waduwen zwoele wind doorvluwden,

De olifant door ’t woud een weg zich snoejde,

Schaapskudden blanke’ amandelen ondervloejden,

En heller Zon den Mens door ’t loof toe gluwde,

Sinds hem de Slang, (het Water), wijsheid leerde

Tot landbouw, met den tand (der spâ) liet snijden

Er dorheid, hitte, stank en stilte spreide

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings