← Table of contents
Japanse Verzen

IV. Geisha’s.

Reading edition

Nu trippen één voor één mijn Verzen aan,

Der haarvracht, waarheen sporten spelden staan

En als tot steunsel schuins de oogen gaan.

Ze schuifelen zoetjes: er vlied goudgesprank

Van reigers om ’t blauw zij gewaad, wijl rank

Ze’ aan één hand over ’t kapsel wajers slaan,

Aan rijen of d’afhoegi voor ’t gezicht

Als uit een mom met donkere iris lonken.

Zo zi ’k mijn Verzen in figuren slangen,

Wier zwaaj en dans juist naar de maat verzwicht

En zwirig in gespitsten kleedval flonken.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings