← Table of contents
Japanse Verzen

XXVIII. Stervende Adel.

Reading edition

Maar zoals eens de Waterdraken kwamen

En met hun muil de ruiters overbogen,

Die onder hunnen Adelaar-standaard samen

Met wilden oorlogskreet hun tegen vlogen,

Doch met hun klauw ze wisten te omvamen

En met hun rossen, steigerend opgetogen,

Ter aarde draajde’, Atlantis stormend namen

Ondanks ’t vergeefs, maar toch heldhaftig pogen

Van ’t adelaars-ras, zo wi nog mocht geloven

Van ’t arendskroost den draken-stroom te dammen

Di in Cipango streek na streek doorstoven

Brand zajend met hun kam, gewiek van vlammen,

Word duizelend met één pantserboenk versmeten

Of in hun gruwb’ren greep vaneen gereten.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings