← Table of contents
Japanse Verzen

V. ’98–’99.

Reading edition

Twaalf Uur!… En twaalf maal voor heel ’t Jaar verron

Bong-bangt m’een gong, nu ’t met een groetgebaar

Een sabel strekt, voor ’t wijkt: met goud galon

Op ’t heilig-witte kleed straalloos de Zon,

Lakrood, bezweefd door gouden Adelaar,

In violette sjerp. Na lang gestaar

Tot ’t laatst gedreun, verzwind het, Geest van Strijd,

Maar di in Schoonheid, als nog noojt mij blonk,

Van heel een niwe wereld rust m’ook schonk.

Niew Jaar, dat óók japans mij nader glijd,

Zacht blauw omsleept in gulden kikoe-gloed,

Wees gij tans maar als vredebô gegroet.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings