← Table of contents
Japanse Verzen

XXXV. Betere Tijden.

Reading edition

’k Wist, toen ’k derwaarts de dichterwiken strekte

Om op te gaan in zoete zonnegloed

Als vogels, di hij op de torii’s wekte,

Als vissen, zilverend in bevonkten vloed,

Hoe ginds ook de fabrieks-walm ’t zwerk bedekte,

De Bourgeoizi van koorts om goud doorwoed,

Den arbeid—ook van vrouwen, kinderen—rekte,

Di ze’ in masjine-holen kwijnen doet.

Maar niet voor hen slechts, di van jachten ’t schouwen,

Deed mij de Muze’ een beter wereld blauwen

Nog schoner dan van Oud-Japan ons heugt,

Doch waar ook ’t Volk na politike rechten

Zich financiële vrijheid zal bevechten,

De wajers schud hoog-uit van levensvreugd.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings