← Table of contents
Japanse Verzen

XXVII. Satsoema-Vazen.120

Reading edition

In rijk vertrek, waarbuiten vlokken dalen

In wintergrijs, staan zwijgend bij ’t rom-rommen

Van haardvuur, vazen met hun tuit als schalen,

Di stilte heffen, van oud goud omglommen

En ’t blank pors’lein, beöuweld met ovalen,

Vleeskleurig, ’t zwart besnord gezicht van drommen,

Van goud.—

Van goud.— En wijken weer de kille stromen,

Di eerst door reten van de vensters breedden,

Dan schijnt van ’t goud, dat ruig hangt neergegleden

En van hun randen hitte uit te stomen,

Alsof z’er weer de zonnegloed verbreiden,

Die hen bedroop in vroeger lente-tijden.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings