XXII. The flowers, that bloom in the spring.…41
Reading edition
O Land, dat, zo gewolk uw Zon betrekt
Beschaduwd als in siësta slingt, gedekt
Door halo-bleke stralen, wijd en zijd
Als uit een hemel-parasol gespreid,
Ge lijkt, als uwe foedzji franje’s breid
Eén bloemgrot, waarvan teer-blauw druipsteen glijd,
En als de sneew nog langs de takken rekt
Dan wit en roodt pruimbloesem, di er gekt
Bij ’s Winters aftocht. Hier spicht zonder groen,
Waar ’t rose als bruigoms stoet, blank voor de bruid
Dat vlinderlicht in bloemen-sferen leeft,
Op wajer-zwier chrysant-gezon doorzweeft.