← Table of contents
Japanse Verzen

XXVI. Uit de Midden-Ewen.

Reading edition

Nog staat als ster, di—langsaam neergedaald—

In tempels, waar zijn stengel neerspiraalt

En heft—de blote borst van ’t kleed omvloten—

’t Schijnt, zo zijn oogen zalig staan gesloten—

Of ’t wimperpaar van Licht toch word doorschoten,

Hij als in droom zijn goddelik Woord herhaalt

Met breed gebaar. Nog steeds bij ’t gongen-gonzen

Het hoofd ter aard’ door handgebrei geschoord

En mompelt beden als door srik bezield

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings