← Table of contents
Japanse Verzen

XIV. Atlantis.

Reading edition

In Glori-Ewen voor den Groten Vloed,

Atlantis, waar zich nu de kabel spoed

Door zee en slechts wat scheeps-stoom langs den rand

Van d’Oceaan-Bol wimpt. Als aan zijn strand

De keizer stond, dan stormde een schimmelstoet

Van golven aan, gemend door meermans hand

En boog de halzen willig hem te voet.

Ruisten zijn draken en stijf wikend week

’t Spaan-zwajen van zijn barken, di gedwee

De waterbisons trokken naar zijn lust,

Al naar zijn septer hun een baan voor streek.

Notes in this chapter

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings