XVII. III. Aki.99
Reading edition
Geen weemoed hier als wijnrood bladeren dalen
Van den ahorn, waar in één jaargetij
Dan hoogrood zomers, dan in herfst-kleedij
Van ernstig purper, want één Bloem blijft dralen
En fleurt steeds rozig uit haar vaas van zij,
Eén Vlinder blijft met wijds gewuif hier dwalen,
Eén Vogel juicht, al dolt de sneew voorbij,
Di breed-klassiek om ’t haar-gewicht te dragen
—Trots door een zon van speldentooj omrand—
Di vleiend en met speelse wajerslagen
In elk seizoen zang, dans en liefde prijst:
De Geisha12 van het Ewig-Lente-Land.